Beste ouder

Van harte welkom in onze school.
We zijn dankbaar voor uw vertrouwen.

U mag van ons degelijk onderwijs en een Nederlandstalige, christelijk geïnspireerde en eigentijdse opvoeding verwachten.
Wij hopen goed met u te kunnen samenwerken.

Bij vragen en problemen staan we klaar om samen naar een oplossing te zoeken.

We hopen dat u uw kind aanmoedigt om de doelstellingen van onze school na te streven en de afspraken na te leven.

Dit schoolreglement treedt in werking vanaf 1 september 2020.

Een fijn schooljaar gewenst!

Bernard Schatteman
Directeur

Nieuwe elementen ten opzichte van het schooljaar 2019-2020 worden gekleurd weergegeven.

Vergeet niet om het goedkeuringsformulier in te vullen op het einde van deze pagina.

In onderstaande tekst worden consequent de woorden ‘de leraar/de leerling’ en het verwijswoord ‘hij’ gebruikt. Deze formulering dient enkel om de leesbaarheid te bevorderen en verwijst naar leraren en leerlingen van alle geslachten.


1. ENGAGEMENTSVERKLARING
1.1. Oudercontacten
1.2. Aanwezig zijn op school en op tijd komen
1.3. Individuele leerlingenbegeleiding
1.4. Positief engagement ten aanzien van de onderwijstaal
2. SCREENING NIVEAU ONDERWIJSTAAL
3. INSCHRIJVEN VAN LEERLINGEN
3.1. Voorwaarden
3.2. Procedure
3.3. Capaciteit
4. PRIVACY
4.1. Overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering
4.2. Publiceren van beeld- of geluidsopnames (foto’s, filmpjes …)
4.3. Recht op inzage, toelichting en kopie
4.4. Bewakingscamera’s
4.5. Leerlingenaccount op digitale platformen
5. AFWEZIGHEID
5.1. Wegens ziekte
5.2. Andere van rechtswege gewettigde afwezigheden
5.3. Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is
5.4. Afwezigheden wegens een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting
5.5. Problematische afwezigheden
6. COMMUNICATIE OUDERS – SCHOOL
6.1. Individuele oudercontactavonden
6.2. MDO
6.3. De schoolagenda
6.4. Huistaken en lessen
6.5. Website
6.6. Smartschool
7. LEERLINGENEVALUATIE EN RAPPORTEN
8. GETUIGSCHRIFT BASISONDERWIJS
8.1. Procedure tot het uitreiken van het getuigschrift
8.2. Beroepsprocedure
9. ORGANISATIE VAN LEERLINGENGROEPEN EN ZITTENBLIJVEN
10. WELZIJNSBELEID
10.1. Besmettelijke ziekten
10.2. Schoolongeval
10.3. Medicatie
10.4. Ballen en schooltassen op de speelplaatsen
10.5. Met de fiets naar school
10.6. Echtscheiding
10.7. Roken
10.8. Conflicten tussen leerlingen
11. VEILIGHEID ROND DE SCHOOL
12. ADRESGEGEVENS
13. VERZEKERING
14. AFSPRAKEN EN LEEFREGELS
14.1. Algemeen Nederlands
14.2. Kledij en haartooi
14.3. Afval
14.4. GSM en speelgoed
14.5. Eerste en tweede belsignaal
14.6. Buiten de lesuren in de gebouwen
14.7. Kaften van boeken
14.8. Kledij, juwelen en uurwerken tijdens de lessen bewegingsopvoeding
15. ORDE- EN TUCHTMAATREGELEN
15.1 Ordemaatregelen
15.2. Tuchtmaatregelen
15.2.1. Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
15.2.2. Preventieve schorsing als bewarende maatregel
15.2.3. Procedure tot tijdelijke en definitieve uitsluiting
15.2.4. Opvang op school in geval van preventieve schorsing en (tijdelijke en definitieve) uitsluiting
15.3. Beroepsprocedures tegen een definitieve uitsluiting
16. VRIJWILLIGERS
17. VIERINGEN
18. ZWEMMEN
19. EÉN- OF MEERDAAGSE SCHOOLUITSTAPPEN (EXTRA-MUROSACTIVITEITEN)
20. BUSVERVOER
21. ETEN
21.1. Tijdens de speeltijd
21.2. Snoepen
21.3. In de rij
21.4. Warme maaltijd
21.5. Boterhammen
21.6. Bijdrage gebruik en onderhoud schoolinfrastructuur tijdens de middagpauze
22. TURNKLEDIJ
23. TOEZICHT
24. STUDIE
25. FACTURATIE
26. SCHOOLMATERIAAL
26.1 Verbruiksmateriaal
26.2 Gebruiksmateriaal
26.3. Kleurcodes mappen en kaften
27. BIJDRAGELIJST
27.1. Verplicht
27.2. Scherpe maximumfactuur
27.3. Minder scherpe maximumfactuur
27.4. Niet verplicht aanbod
28. RECLAME- EN SPONSORBELEID
29. REVALIDATIE/LOGOPEDIE TIJDENS DE LESTIJDEN
30. ONDERWIJS AAN HUIS
31. LEERLINGENBEGELEIDING
31.1 fase 0: brede basiszorg
31.2 fase 1: verhoogde zorg
31.3 fase 2: uitbreiding van zorg
31.4 fase 3: individueel aangepast curriculum (IAC)
33. PRIVAATLESSEN

33. KLACHTENREGELING


 1. Engagementsverklaring

Ouders hebben hoge verwachtingen van de school voor de opleiding en opvoeding van hun kinderen. Onze school zet zich elke dag in om dit engagement waar te maken, maar in ruil verwachten we wel de volle steun van de ouders. Daarom maken we in onderstaande engagementsverklaring wederzijdse afspraken. Zo weten we duidelijk wat we van elkaar mogen verwachten.

1.1. Oudercontacten

We engageren ons om met de ouders in gesprek te gaan over hun zorgen en vragen over de evolutie van hun kind.

Als ouders zich zorgen maken over hun kind of vragen hebben over de aanpak dan kunnen zij op elk moment zelf een gesprek aanvragen met de leraar van hun kind.

We verwachten dat ouders steeds ingaan op onze uitnodigingen tot een oudercontact.

1.2. Aanwezig zijn op school en op tijd komen

Ouders worden in de regel verwittigd bij elke niet-gewettigde afwezigheid.

Wij verwachten dat leerlingen dagelijks en op tijd op school zijn. Wij verwachten dat ouders ons vóór 9:00 verwittigen bij afwezigheid van hun kind.

1.3. Individuele leerlingenbegeleiding

Onze school voert een zorgbeleid. Dit houdt onder meer in dat we gericht de evolutie van onze leerlingen volgen. Dit doen we onder meer door het werken met een leerlingvolgsysteem (LVS). Sommige leerlingen hebben op bepaalde momenten nood aan gerichte individuele begeleiding. Andere leerlingen hebben constant nood aan individuele zorg.

Als een leerling specifieke onderwijsbehoeften heeft, kunnen ouders dit melden aan de directie. Deze gaat dan samen met hen na welke aanpassingen nodig zijn. De school kan ook zelf aanpassingen voorstellen op basis van de vaststellingen in de loop van het schooljaar. Welke maatregelen aan de orde zijn, zal afhangen van wat de leerling nodig heeft en wat wij als school kunnen organiseren. Als school zijn we verplicht om redelijke aanpassingen te voorzien als de leerling daar nood aan heeft. Het is niet mogelijk om hier als ouder verzet tegen aan te tekenen.

We zullen in overleg met de ouders vastleggen hoe de individuele begeleiding van de leerling georganiseerd zal worden. Daarbij zullen we aangeven wat de ouders van de school kunnen verwachten en wat wij van de ouders verwachten.

Wij verwachten dat ouders ingaan op onze vraag tot overleg en de afspraken die we samen maken opvolgen en naleven.

1.4. Nederlands als omgangstaal

Door hun in te schrijven in onze school hebben ouders bewust gekozen voor kwalitatief Nederlandstalig onderwijs. Het hele schoolteam zet zich hiervoor dagdagelijks in.  Wij engageren ons om alle leerlingen zo goed als mogelijk te begeleiden bij hun taalontwikkeling.

Enkel met de volle steun en het positief engagement van de ouders kunnen we samen voldoen aan de verwachte kwaliteitseisen.

De omgangstaal op school is Nederlands. We verwachten van ouders en leerlingen dat ze in hun contact met de school, op het schooldomein en tijdens schooluitstappen uitsluitend Nederlands spreken.

Wij verwachten dat ouders er alles aan doet om hun kind te ondersteunen bij de Nederlandse taalontwikkeling en dat ze de school actief steunen in haar taalbeleid.

Wij verwachten dat ouders hun kind in de vrije tijd stimuleren bij het leren van het Nederlands, zoals het stimuleren van Nederlandstalige televisie/video, Nederlandstalige boeken, Nederlandstalige activiteiten enz.

2. Screening niveau onderwijstaal

Onze school moet voor elke leerling die voor het eerst in het lager onderwijs instroomt een taalscreening uitvoeren. Indien onze school op basis van de resultaten van de screening het nodig acht, wordt een taaltraject voorzien dat aansluit bij de specifieke noden van het kind.

3. Inschrijven van leerlingen

3.1. Voorwaarden

Een leerling is pas ingeschreven in onze school als de ouders schriftelijk instemmen met het pedagogisch project en het schoolreglement. Eenmaal ingeschreven, blijft de leerling bij ons ingeschreven. De inschrijving stopt enkel wanneer de ouders beslissen om de leerling van school te veranderen of wanneer de leerling wordt uitgesloten van de school.

Bij elke wijziging van het schoolreglement zullen we terug het schriftelijk akkoord vragen van de ouders.

Indien ouders niet akkoord gaat met de wijziging, dan wordt de inschrijving van de leerling beëindigd op 31 augustus van het lopende schooljaar.

Elke inschrijving, zowel in de kleuterschool als de lagere school van het Onze- Lieve-Vrouwinstituut, geldt tot en met het 6de leerjaar van de lagere school.

3.2. Procedure

Vanaf het schooljaar 2019-2020 moeten alle scholen in Brussel en Vlaanderen die een maximumcapaciteit hanteren met een digitaal aanmeldingssysteem werken. Klik hier voor de meest actuele informatie omtrent de aanmeldings- en inschrijvingsprocedure.

3.3. Capaciteit

Elk leerjaar telt maximaal 75 leerlingen.

4. Privacy

We gaan zorgvuldig om met de privacy van onze leerlingen. We vragen alleen gegevens van leerlingen op als dat nodig is voor de leerlingenadministratie en –begeleiding. De gegevens die nodig zijn voor de begeleiding van de leerlingen verzamelen we in het kader van ons beleid op leerlingenbegeleiding (zie punt 31).

De gegevens van de leerlingen verwerken we met Wisa en Smartschool. We maken met de softwareleveranciers afspraken over het gebruik van die gegevens. De leveranciers mogen de gegevens niet gebruiken voor eigen commerciële doeleinden.

De gegevens van de leerlingen worden digitaal bewaard en veilig opgeslagen. We zien er op toe dat niet iedereen zomaar toegang heeft tot die gegevens. De toegang is beperkt tot de personen die betrokken zijn bij de begeleiding van de leerlingen, zoals de leraar, de zorgleraar, de zorgcoördinator en de betrokken CLB-medewerker.

Om gepast te kunnen optreden bij risicosituaties, kunnen we uitzonderlijk ook gegevens over de gezondheidstoestand van de leerlingen verwerken, maar dat gebeurt enkel met de schriftelijke toestemming van de ouders. Ouders kunnen hun toestemming altijd intrekken.

Bij vragen over de privacyrechten van leerlingen kan men contact opnemen met de directie.

4.1. Overdracht van leerlingengegevens bij schoolverandering

Als een leerling van school verandert, worden een aantal gegevens overgedragen aan de nieuwe school onder de volgende voorwaarden:

  • de gegevens hebben enkel betrekking op de leerlingspecifieke onderwijsloopbaan. Het gaat om de essentiële gegevens die de studieresultaten en studievoortgang van de leerling bevorderen, monitoren, evalueren en attesteren;
  • de overdracht gebeurt enkel in het belang van de leerling.

Ouders kunnen deze gegevens op eenvoudig verzoek inzien. Ouders die niet wensen dat deze gegevens doorgegeven worden kunnen zich tegen de overdracht verzetten, voor zover de regelgeving de overdracht niet verplicht stelt. Ze brengen de directie binnen de tien kalenderdagen na de schoolverandering hiervan schriftelijk op de hoogte.

Gegevens die betrekking hebben op schending van leefregels door uw kind zijn nooit tussen scholen overdraagbaar. Wij zijn decretaal verplicht een kopie van een gemotiveerd verslag of een verslag aan de nieuwe school door te geven.

4.2. Publiceren van beeld- of geluidsopnames (foto’s, filmpjes …)

We publiceren geregeld beeld- of geluidsopnames van leerlingen op onze website. Met die opnames willen we geïnteresseerden op school en daarbuiten op een leuke wijze informeren over onze activiteiten. De personen die de opnames maken, zullen dat steeds doen met respect voor wie op die beelden staat. We letten erop dat de opnames niet aanstootgevend zijn.

Bij het begin van de schoolloopbaan van een leerling vragen we de ouders om toestemming voor het maken en publiceren van deze beeld- of geluidsopnames. De toestemming die we via een toestemmingsformulier vragen, blijft in principe voor de hele schoolloopbaan van de leerling gelden. Enkel indien we de beeld – of geluidsopnames voor een ander doel gebruiken dan we eerder aan de ouders hebben gevraagd, vragen we opnieuw om hun toestemming. Ook al hebben ouders hun toestemming gegeven, ze kunnen hun toestemming ten allen tijde intrekken. Hiervoor kan men contact opnemen met de directeur.

Volgens de privacyregelgeving mag men beeld- of geluidsopnames waarop medeleerlingen, personeelsleden van de school of andere personen herkenbaar zijn, niet publiceren of doorsturen tenzij men de uitdrukkelijke toestemming heeft van alle betrokkenen.

Op school mogen enkel personeelsleden of personen die daarvoor een opdracht hebben gekregen, bv. de schoolfotograaf, beeld- of geluidsopnames maken.

4.3. Recht op inzage, toelichting en kopie

Men kan als ouder gegevens opvragen die de school over zijn kind bewaart. Ouders kunnen inzage krijgen in en uitleg krijgen bij die gegevens. Ook kunnen ouders een kopie vragen van deze gegevens. Dat kan door schriftelijk contact op te nemen met de directeur. We kunnen geen gegevens doorgeven die betrekking hebben op anderen, zoals medeleerlingen.

4.4. Bewakingscamera’s

De school maakt gebruik van bewakingscamera’s. De plaatsen die onder camerabewaking staan worden duidelijk aangeduid met een pictogram. Een ouder mag vragen om de beelden te zien van het eigen kind. Men dient hiervoor voldoende gedetailleerde aanwijzingen te geven. Zo kunnen we de betrokken beelden vlot vinden.

4.5. Leerlingenaccount op digitale platformen

Leerlingen krijgen in functie van het onderwijs op school een persoonlijk account op verschillende digitale platformen (o.a. Smartschool, Bingel, Scoodle Play).

Als school stellen we hoge eisen aan de leveranciers van deze platformen. Zo mag het platform niet meer gegevens verwerken dan noodzakelijk en mogen de gegevens niet langer worden bewaard dan noodzakelijk.

Bij vragen over de privacyrechten van leerlingen kan men contact opnemen met de directie.

5. Afwezigheid

Zonder voorafgaandelijke schriftelijke aanvraag van de ouders verlaten de leerlingen de school niet voor het einde van de lessen.

Binnen blijven tijdens de speeltijden mogen leerlingen enkel mits schriftelijke aanvraag van de ouders. Als de leerlingen ziek zijn, blijven zij best thuis.

Wie ’s middags uitzonderlijk naar huis of bij een vriend gaat eten, krijgt alleen toestemming mits schriftelijk bewijs van de ouders.

5.1. Wegens ziekte

De ouders verwittigen de school vóór 9:00 en bezorgen het ziektebriefje aan de klastitularis. De school zal het CLB contacteren bij twijfel over een medisch attest. 

  • Is een leerling méér dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek dan is een medisch attest verplicht.
  • Is een leerling minder dan drie opeenvolgende kalenderdagen ziek, dan is een briefje van de ouders voldoende. Zo’n briefje van de ouders kan slechts 4 keer per schooljaar. (Invulstrookjes vindt men in de agenda van de leerling)
  • Is een leerling chronisch ziek, dan nemen de ouders contact op met de school en het CLB.
  • Consultaties (zoals bijvoorbeeld een bezoek aan de tandarts) moeten zoveel mogelijk buiten de schooluren plaatsvinden.
5.2. Andere van rechtswege gewettigde afwezigheden

De afwezigheid van een leerling kan in een aantal situaties gewettigd zijn. Voor deze afwezigheden is geen toestemming van de directeur nodig. De ouders verwittigen de school wel vooraf van deze afwezigheid. Men geeft ook een officieel document of een verklaring die de afwezigheid staaft, af aan de school. Voorbeelden hiervan zijn:

  • het overlijden van een persoon die onder hetzelfde dak woont of van een bloed- en aanverwant;
  • de oproeping of dagvaarding voor de rechtbank;
  • het vieren van een feestdag dat hoort bij uw geloof (anglicaanse, islamitische, joodse, katholieke, orthodoxe, protestants-evangelische godsdienst).
5.3. Afwezigheden waarvoor de toestemming van de directeur nodig is

Soms kan een leerling om een andere reden afwezig zijn. Dit wordt op voorhand besproken met de directie. Het betreft hier de afwezigheid wegens:

  • de rouwperiode bij een overlijden;
  • het actief deelnemen in het kader van een individuele selectie of lidmaatschap van een vereniging of culturele en/of sportieve manifestaties (andere dan de 10 halve schooldagen waarop topsportbeloften recht hebben);
  • trainingen voor topsport in de sporten tennis, zwemmen en gymnastiek (voor maximaal 6 lestijden per week, verplaatsingen inbegrepen);
  • revalidatie tijdens de lestijden;
  • school-externe interventies;
  • persoonlijke redenen in echt uitzonderlijke omstandigheden.

De directeur kan geen toestemming geven om vroeger op vakantie te vertrekken of later uit vakantie terug te keren. De leerplicht veronderstelt dat een leerling op school is van 1 september tot en met 30 juni.

5.4. Afwezigheden wegens een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting

De afwezigheid van een leerling wegens een preventieve schorsing, een tijdelijke of definitieve uitsluiting is gewettigd. Een leerling wordt als gewettigd afwezig beschouwd, ongeacht of deze wel of niet door de school wordt opgevangen.

5.5. Problematische afwezigheden

Alle afwezigheden die niet van rechtswege of door de school zijn gewettigd, zijn te beschouwen als problematische afwezigheden. De school zal de ouders onmiddellijk contacteren bij elke problematische afwezigheid van een leerling.

Vanaf vijf halve dagen problematische afwezigheden contacteert de school het CLB. Samen werken ze rond de begeleiding van de leerling. De ouders worden in dat geval uitgenodigd voor een gesprek.

6. Communicatie ouders – school

6.1. Individuele oudercontactavonden

Georganiseerde individuele oudercontactavonden zijn er voor de herfst- en krokusvakantie. Per oudercontactavond voorzien we één oudercontact per leerling. Op het einde van het schooljaar is er ook gelegenheid tot een gesprek met de klasleraar.

We raden de ouders aan tijdig de leraar aan te spreken wanneer men dit nodig acht. Omgekeerd zal dit ook gebeuren.

6.2. MDO

Het multidisciplinair overleg is een overlegorgaan waaraan verschillende partijen die betrokken zijn bij de begeleiding van een leerling kunnen deelnemen (leraar, zorgcoördinator, directie, CLB, therapeut enz.). Bij het zoeken naar een oplossing voor een probleem streven we steeds naar een consensus. Soms echter leidt het MDO tot een compromis of wordt een eensluidend advies uitgesproken.

6.3. De schoolagenda

De agenda wordt gebruikt om huistaken en lessen te noteren, om te melden wat moet meegebracht worden voor de volgende lessen en om informatie door te spelen. De leraar kan de agenda gebruiken om opmerkingen in verband met gedrag of bepaalde afspraken te melden. Ouders kunnen ook gebruik maken van deze agenda om de leraar iets te melden. De melding wordt niet genoteerd op de plaats waar de leerlingen moeten schrijven.

De schoolagenda wordt in de klas steeds begeleid ingevuld en regelmatig nagekeken door de leraar. De ouders ondertekenen in L1+2+3 dagelijks en in L4+5+6 wekelijks.

Afwezigheden worden niet via de agenda gemeld maar op een apart briefje of via een berichtje in Smartschool. Invulstrookjes voor het melden van een afwezigheid vindt u in de agenda van uw kind.

6.4. Huistaken en lessen

Huistaken en lessen worden steeds in de schoolagenda genoteerd. De leerlingen werken in L1+2+3 gemiddeld 30 minuten na schooltijd en in L4+5+6 gemiddeld 1 uur.

Het is de bedoeling dat de leerlingen huistaken zelfstandig maken.

Het leren van lessen en het maken van huistaken wordt systematisch opgebouwd. Hierbij leren de leerlingen doorheen de lagere school goede leer- en werkattituden verwerven zoals:

  • verzorgd werken
  • taken en opdrachten plannen en spreiden
  • zelfstandig werken
  • leertijd efficiënt gebruiken
  • eigen werk nalezen en verbeteren (= zelfcorrectie)
  • aangekondigde toetsen zelfstandig voorbereiden
  • herhalen van leerstof
6.5. Website

Op www.olvrode.be/lager kan u terecht voor info over de school en het schoolgebeuren.

6.6. Smartschool

Smartschool is het digitaal schoolplatform dat wordt gebruikt voor digitale communicatie, reservatie van oudercontacten, online oudercontacten, digitaal consulteren van rapporten enz.

We verwachten dat ouders het Smartschoolaccount activeren en de digitale communicatie opvolgen.

Klik hier voor meer info.

7. Leerlingenevaluatie en rapporten

In de regel krijgen de leerlingen 5 maal per schooljaar een rapport waarin zowel kennis, vaardigheden als attitudes worden geëvalueerd. Regelmatig krijgen de leerlingen toetsen, al dan niet van tevoren meegedeeld, waarin de leerstof wordt ondervraagd. De toetsen worden regelmatig ter inzage meegegeven met de leerling. Zowel het rapport als de toetsen worden gehandtekend.

8. Getuigschrift basisonderwijs

De klassenraad beslist welke leerlingen in aanmerking komen voor het getuigschrift basisonderwijs. Het getuigschrift basisonderwijs wordt uitgereikt aan een regelmatige leerling die in voldoende mate de eindtermgerelateerde leerplandoelen heeft bereikt. Een leerling die geen getuigschrift basisonderwijs behaalt, ontvangt een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift niet werd uitgereikt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan. Deze leerling krijgt ook een verklaring waarin het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs staat.

Een leerling die een individueel aangepast curriculum volgt, kan een getuigschrift basisonderwijs behalen op voorwaarde dat de vooropgestelde leerdoelen door de onderwijsinspectie als gelijkwaardig worden beschouwd met die van het gewoon lager onderwijs. Als die leerling geen getuigschrift basisonderwijs krijgt, ontvangt deze een schriftelijke motivering waarom het getuigschrift niet werd uitgereikt, met inbegrip van bijzondere aandachtspunten voor de verdere schoolloopbaan. Deze leerling krijgt ook een verklaring waarin het aantal en de soort van gevolgde schooljaren lager onderwijs staat.

8.1. Procedure tot het uitreiken van het getuigschrift

De school zal gedurende de hele schoolloopbaan van een leerling communiceren over zijn leervorderingen. Ouders kunnen inzage in en toelichting bij de evaluatiegegevens krijgen. Indien na toelichting blijkt dat de ouders een kopie wensen, dan kan dat.

Of een leerling het getuigschrift basisonderwijs krijgt, hangt af van de beslissing van de klassenraad. De klassenraad gaat na of de eindtermgerelateerde leerplandoelen voldoende in aantal en beheersingsniveau zijn behaald. Daarbij zal de groei die de leerling doorheen de schoolloopbaan maakte, en de zelfsturing die hij toont, zeker een rol spelen.

Na 20 juni beslist de klassenraad welk getuigschrift een leerling zal krijgen. De beslissing wordt uiterlijk op 30 juni aan de ouders meegedeeld. De datum van uitreiking is ook de ontvangstdatum voor het instellen van beroep. Als de ouders niet aanwezig zijn op de uitreiking, dan geldt 1 juli als datum van ontvangst voor het instellen van beroep.

De voorzitter en alle leden van de klassenraad ondertekenen het schriftelijk verslag over de beslissing omtrent het getuigschrift basisonderwijs.

8.2. Beroepsprocedure

Indien ouders niet akkoord gaan met het niet-toekennen van het getuigschrift basisonderwijs, kunnen deze beroep instellen. Die beroepsprocedure wordt hieronder toegelicht.

Let op:
Wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en 11 juli niet meegerekend).
Wanneer we spreken over directeur, hebben we het over de directeur of zijn afgevaardigde.

1. Ouders die een beroepsprocedure wensen op te starten, vragen binnen drie dagen na ontvangst van de beslissing tot het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs, een overleg aan bij de directeur.
Dit gesprek is niet hetzelfde als het oudercontact. De ouders moeten dit gesprek uitdrukkelijk schriftelijk aanvragen, bv. via e-mail, bij de directeur. De ouders krijgen een uitnodiging die de afspraak bevestigt.

2. Dit verplicht overleg met de directeur vindt plaats ten laatste de zesde dag na de dag waarop de ouder de beslissing heeft ontvangen dat het getuigschrift niet wordt uitgereikt aan hun kind. Let op: als het gesprek na het verstrijken van de termijn wordt aangevraagd, kan de school niet meer op de vraag ingaan. Tijdens dit gesprek krijgen de ouders de kans om hun bezwaren te geven. De directeur verduidelijkt aan de hand van het dossier van de leerling op basis van welke gegevens de klassenraad zijn beslissing heeft genomen.  Van dit overleg wordt een verslag gemaakt.

3. De directeur deelt het resultaat van dit overleg met een aangetekende brief aan de ouders mee. Er zijn twee mogelijkheden

  1. De directeur vindt dat de argumenten geen nieuwe bijeenkomst van de klassenraad rechtvaardigen;
  2. De directeur vindt dat de argumenten het overwegen waard zijn. In dat geval zal hij de klassenraad zo snel mogelijk samenroepen om de betwiste beslissing opnieuw te overwegen. De ouders ontvangen per aangetekende brief het resultaat van die vergadering.

4. Als de ouders het niet eens zijn met de beslissing van de directeur of de beslissing van de nieuwe klassenraad, dan kunnen ze beroep indienen bij de voorzitter van het schoolbestuur. Dit kan via aangetekende brief of door de brief (het verzoekschrift) tegen ontvangstbewijs op school af te geven.

Katholiek Onderwijs Regio Halle Annuntiaten VZW
campus Onze-Lieve-Vrouwinstituut – lagere school
t.a.v. Roger Haest
Naamsesteenweg 355
3001 Heverlee

Men heeft hiervoor een termijn van drie dagen, die begint te lopen de dag nadat de aangetekende brief van de school wordt ontvangen. De aangetekende brief met één van de twee mogelijke beslissingen (zie punt 3) wordt geacht de derde dag na verzending te zijn ontvangen. De poststempel geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst. Dat geldt ook als de ouders ervoor kiezen om het beroep persoonlijk af te geven op school.

Let op: als het beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.

Het verzoekschrift moet aan de volgende voorwaarden voldoen:
• Het verzoekschrift is gedateerd en ondertekend;
• Het verzoekschrift bevat het voorwerp van beroep met feitelijke omschrijving en motivering waarom het niet uitreiken van het getuigschrift basisonderwijs betwist wordt.
Hierbij kunnen overtuigingsstukken toegevoegd worden.

5. Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In de beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht van de ouders grondig zal onderzoeken.

6. De beroepscommissie zal steeds het kind en zijn ouders uitnodigen voor een gesprek. Deze kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. Het is enkel mogelijk om een gesprek te verzetten bij gewettigde reden of overmacht.

7. In de brief met de uitnodiging zal staan wie de leden van de beroepscommissie zijn. Deze samenstelling blijft ongewijzigd tijdens de verdere procedure, tenzij het door ziekte, overmacht of onverenigbaarheid noodzakelijk zou zijn om een plaatsvervanger aan te duiden.

8. De beroepscommissie streeft in zijn zitting naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn evenveel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De voorzitter is niet verbonden aan de school of het schoolbestuur. Wanneer er bij een stemming evenveel stemmen voor als tegen zijn, geeft zijn stem de doorslag.

De beroepscommissie zal het beroep als onontvankelijk afwijzen, de betwiste beslissing bevestigen of het getuigschrift basisonderwijs toekennen. Het resultaat van het beroep wordt uiterlijk op 15 september via een aangetekende brief door de voorzitter van de beroepscommissie aan de ouders ter kennis gebracht.

9. Organisatie van leerlingengroepen en zittenblijven

Onze school hanteert het leerstofjaarklassensysteem. Dit houdt in dat leerlingen in de regel gegroepeerd worden in klasgroepen op basis van hun geboortejaar.

De directie bepaalt in welke leerlingengroep (klas) en bij welke leraar een leerling terecht komt. Of een leerling in een A-,B-,C- klas zit, heeft niets te maken met de bekwaamheid van de leerling. Alle klassen zijn evenwaardig.

In overleg met het CLB beslist de klassenraad of een leerling kan overgaan naar een volgende leerlingengroep. Wil de school dat een leerling een jaar overdoet, dan is dit omdat ze ervan overtuigd is dat dit voor de leerling de beste oplossing is. De genomen beslissing wordt ten aanzien van de ouders schriftelijk gemotiveerd en mondeling toegelicht. De school geeft ook aan welke bijzondere aandachtspunten er in het daaropvolgende schooljaar voor de leerling zijn. De school neemt deze beslissing dus in het belang van de leerling.

10. Welzijnsbeleid

10.1. Besmettelijke ziekten

Voor besmettelijke ziekten dienen er gepaste preventieve maatregelen genomen te worden. Hieronder volgt een lijst van deze ziekten. Indien een leerling aangetast zou zijn of indien het vermoeden bestaat één van deze ziekten te hebben, dan dient de coördinerende geneesheer van het medisch centrum op de hoogte gebracht te worden. Dit kan gebeuren ofwel via de school 02/380 10 15 ofwel via CLB Halle 02/365 08 64.

Lijst aan te geven besmettelijke ziekten:
covid-19, besmettelijke tuberculose, bof, buiktyphus, difterie, hepatitis A, hepatitis B, HIV, impetigo, infectie met beta-hemolytische streptokokken van groep A. (o.m. scarlatina/roodvonk), kinkhoest, mazelen, meningokokkenmeningitis en –sepsis, mollusca contagiosa (parelwratten), pediculosis capitis (hoofdluizen), poliomyelitis, rubella (rode hond), salmonellosen, schimmelinfecties van de gladde huid, schimmelinfecties van de schedelhuid, schurft, shigellose (dysenterie), varicella (windpokken)

10.2. Schoolongeval

Is een leerling op school gekwetst en kunnen wij de ouders niet bereiken, dan kiezen wij zelf een dokter of dan bellen we een ambulance die de leerling naar de spoedopname van het ziekenhuis brengt.

10.3. Medicatie

In uitzonderlijke gevallen kan een ouder aan de school vragen om medicatie toe te dienen aan een leerling. Deze vraag moet bevestigd worden door een schriftelijk attest van de dokter dat de juiste dosering en toedieningswijze bevat. Wanneer een leerling ziek wordt op school, dan zal de school niet op eigen initiatief medicatie toedienen. Wel zullen we de ouders of een andere opgegeven contactpersoon verwittigen en er zal hen gevraagd worden de leerling op te halen.

10.4. Ballen en schooltassen op de speelplaatsen

De leerlingen mogen zelf een zachte bal van thuis meebrengen. Voorwaarde is dat alle klasgenootjes met de bal mogen spelen. Harde ballen of tennisballen zijn niet toegelaten. Basketballen mogen enkel op het basketbalveld worden gebruikt. Op de benedenspeelplaats mag niet met een bal worden gespeeld. Schooltassen mogen enkel langs de muur worden geplaatst op de aangeduide plaats, niet in het midden van de speelplaats.

10.5. Met de fiets naar school

Als leerlingen met de fiets komen, stappen zij met de fiets aan de hand in de Kloosterweg en op de speelplaats. Fietsers plaatsen hun fiets in de fietsenstalling en beveiligen hun fiets met een meegebracht slot aan de ijzeren fietsenhouders. Wij bevelen ook het gebruik van een fietshelm en fluorescerende kledij/een fluohesje aan.

10.6. Echtscheiding

Scheiden is een emotioneel proces. Voor leerlingen die deze ‘verliessituatie’ moeten verwerken, wil de school een luisterend oor, openheid, begrip en wat extra aandacht bieden.

Zolang er geen vonnis van de rechter is, houdt de school zich aan de afspraken gemaakt bij de inschrijving. De school is bij een echtscheiding geen betrokken partij. Beide ouders, samenlevend of niet, staan gezamenlijk in voor de opvoeding van hun kinderen, binnen de grenzen die gebeurlijk door een rechter bepaald zijn met betrekking tot het ouderlijk gezag. Wanneer de ouders niet meer samenleven, maakt de school met beide ouders afspraken over de wijze van informatiedoorstroming en de manier waarop beslissingen over het kind worden genomen.

10.7. Roken

Alle gebouwen en speelplaatsen van het OLV zijn volledig rookvrij. E-sigaretten zijn eveneens verboden. Tijdens extra-murosactiviteiten is roken eveneens verboden. Als een leerling het rookverbod overtreedt, kunnen we een sanctie opleggen volgens het orde- en tuchtreglement.

10.8. Conflicten tussen leerlingen

Conflicten tussen leerlingen horen bij het schoolse leven. Meestal lossen leerlingen een conflict onderling op of verdwijnt het conflict na verloop van tijd vanzelf.

Wanneer een conflict tussen leerlingen blijft aanhouden, dan nemen de ouders best eerst contact op met de leraar. De leraar kan om te beginnen als conflictbemiddelaar optreden.

Wanneer het probleem blijft aanhouden dan meldt de leraar dit aan de zorgcoördinator. Deze kan o.a. overgaan tot een overleg met de ouders van de leerling(en).

Het is niet toegelaten dat ouders een ander kind dan hun eigen kind rechtstreeks aanspreken op het schooldomein of aan de schoolpoort. Ze komen ook niet tussenbeide op het schooldomein of aan de schoolpoort, tenzij de veiligheid of de persoonlijke integriteit van een persoon in gevaar wordt gebracht.

Indien er sprake is van pesten, dan worden de stappen gezet die beschreven staan in het draaiboek ‘omgaan met pesten’. Klik hier voor meer info.

11. Veiligheid rond de school

Onze verantwoordelijkheid geldt slechts voor de leerlingen die onder bewaking van het personeel vertoeven. Gelieve jongere kinderen persoonlijk te brengen tot aan de schoolpoort of tot bij de toezichter.

Een toezichthoudend personeelslid mag een leerling enkel meegeven aan een persoon waarvan de leerling aangeeft deze persoon te kennen. Deze persoon moet de leerling persoonlijk komen afhalen aan de schoolpoort. Een leerling wordt niet meegegeven aan iemand die vanop de parking staat te zwaaien of claxoneert op de parking.

Op de gemeentelijke parking is geen toezicht. We raden het wachten van leerlingen op de parking of op straat absoluut af. De leerlingen worden het best afgehaald op de speelplaats.

12. Adresgegevens

Elke wijziging i.v.m. adresgegevens, telefoonnummers (thuis, werk, ouders, noodnummer), e-mailadres wordt onmiddellijk aan de leraar en het secretariaat gemeld.

13. Verzekering

De school is verzekerd via de polis burgerlijke aansprakelijkheid schoolinstellingen. Klik hier voor de algemene voorwaarden.

Schadegevallen dienen zo snel als mogelijk gemeld te worden aan de directie. Van elk schadegeval wordt een dossier opgemaakt. Het is aan de verzekering om uit te maken of een schadegeval al dan niet in aanmerking komt voor tussenkomst.

14. Afspraken en leefregels

14.1. Algemeen Nederlands

De leerlingen zijn vriendelijk en beleefd tegenover iedereen. De omgangstaal op school is Algemeen Nederlands. Ook van de ouders verwachten we dat ze het Nederlandstalig karakter van de school ten volle respecteren door in hun contacten met de school en op het schooldomein uitsluitend Nederlands als omgangstaal te gebruiken.

14.2. Kledij en haartooi

De kledij en haartooi is op school en bij buitenschoolse activiteiten gepast, sober en verzorgd. Indien leerlingen een opmerking krijgen over de kledij en haartooi, houden ze daarmee rekening.
Buitensporigheden worden vermeden. Petten, mutsen, hoofddoeken of andere hoofddeksels worden niet gedragen tijdens de lessen.

14.3. Afval

De leerlingen houden de school netjes en sorteren het afval.

14.4. GSM en speelgoed

Leerlingen die een GSM meebrengen, zorgen ervoor dat die op school uit staat en in de boekentas blijft.

Speelgoed wordt niet meegebracht naar school.

14.5. Eerste en tweede belsignaal

Bij het eerste belsignaal komen de leerlingen onmiddellijk rustig in de rij staan. Het tweede belsignaal is het teken om in stilte naar het klaslokaal te gaan. Zij blijven ook niet alleen achter in de klassen of de gangen. Ouders spreken de leraren niet aan na het belsignaal. De leraar moet dan immers in alle rust de klasrij kunnen begeleiden.

14.6. Buiten de lesuren in de gebouwen

Buiten de lesuren mogen de leerlingen niet zonder de aanwezigheid van toezichthoudend personeel in klassen of gangen verblijven. Na schooltijd mogen de kinderen niet meer terug naar de klas om spullen op te halen.

14.7. Kaften van boeken

De leerlingen dragen zorg voor de leerboeken. Bij het kaften wordt er geen plaklint op de boekomslag vastgekleefd. De leerlingen zorgen ervoor dat alle boeken en schriften het hele jaar door een verzorgde omslag hebben. Begin september hebben zij 1 week de tijd om dit in orde te brengen.

14.8. Kledij, juwelen en uurwerken tijdens de lessen bewegingsopvoeding

Tijdens de turnles en de middagsport dragen de leerlingen turnpantoffels of sportschoenen zonder zwarte zolen (om beschadiging van de sportvloer tegen te gaan). Deze sportschoenen horen net te zijn. Op de dagen van turnen en zwemmen raden we aan juwelen en uurwerken thuis te laten.

15. Orde- en tuchtmaatregelen

Elke klastitularis stelt samen met zijn leerlingen een gedragscode op en bespreekt met de leerlingen de leefregels voor leerlingen.

15.1 Ordemaatregelen

Wanneer een leerling de goede werking van de school hindert of het lesverloop stoort, kan door elk personeelslid van de school een ordemaatregel genomen worden. Tijdens een ordemaatregel blijft een leerling op school aanwezig.

Mogelijke ordemaatregelen zijn:

  • een verwittiging in de agenda;
  • een strafwerk;
  • een specifieke opdracht;
  • een tijdelijke verwijdering uit de les met aanmelding bij de directie.

Tegen een ordemaatregel is er geen beroep mogelijk.

Voor leerlingen waar ordemaatregelen geregeld voorkomen, worden in overleg met ouders en CLB bijkomende afspraken opgemaakt. Wanneer het gedrag van een leerling, ook met een begeleidingsplan, een probleem wordt voor het verstrekken van onderwijs of om het opvoedingsproject te realiseren, kan er een tuchtmaatregel genomen worden.

15.2. Tuchtmaatregelen

Let op: wanneer we spreken over directeur, hebben we het over de directeur of zijn afgevaardigde.

Wanneer het gedrag van een leerling de goede werking van de school ernstig verstoort of de veiligheid en integriteit van zichzelf, medeleerlingen, personeelsleden of anderen belemmert, dan kan de directeur een tuchtmaatregel nemen. Een tuchtmaatregel kan enkel toegepast worden op een leerling in het lager onderwijs.

15.2.1. Mogelijke tuchtmaatregelen zijn:
  • een tijdelijke uitsluiting van minimaal één schooldag en maximaal vijftien opeenvolgende schooldagen;
  • een definitieve uitsluiting.
15.2.2. Preventieve schorsing als bewarende maatregel

In uitzonderlijke situaties kan de directeur in het kader van een tuchtprocedure beslissen om een leerling preventief te schorsen. Deze bewarende maatregel dient om de leefregels te handhaven én om te kunnen nagaan of een tuchtsanctie aangewezen is.

De beslissing tot preventieve schorsing wordt schriftelijk en gemotiveerd meegedeeld aan de ouders van de betrokken leerling. De directeur bevestigt deze beslissing in de brief waarmee de tuchtprocedure wordt opgestart. De preventieve schorsing kan onmiddellijk ingaan en duurt in principe niet langer dan vijf opeenvolgende schooldagen. Uitzonderlijk kan deze periode eenmalig met vijf opeenvolgende schooldagen verlengd worden, indien door externe factoren het tuchtonderzoek niet binnen die eerste periode kan worden afgerond. De directeur motiveert deze beslissing.

15.2.3. Procedure tot tijdelijke en definitieve uitsluiting

Let op: wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en 11 juli niet meegerekend.)
Bij het nemen van een beslissing tot tijdelijke en definitieve uitsluiting wordt de volgende procedure gevolgd:

  1. De directeur wint het advies van de klassenraad in en stelt een tuchtdossier samen. In geval van een definitieve uitsluiting wordt de klassenraad uitgebreid met een vertegenwoordiger van het CLB die een adviserende stem heeft.
  2. De leerling, zijn ouders en eventueel een vertrouwenspersoon worden per aangetekende brief uitgenodigd voor een gesprek met de directeur. Een personeelslid van de school of van het CLB kan bij een tuchtprocedure niet optreden als vertrouwenspersoon van de ouders en hun kind. Het gesprek zelf vindt ten vroegste plaats op de vierde dag na verzending van de brief.
  3. Voorafgaand aan het gesprek hebben de ouders en hun vertrouwenspersoon recht op inzage in het tuchtdossier, met inbegrip van het advies van de klassenraad.
  4. Na het gesprek brengt de directeur de ouders binnen een termijn van vijf dagen met een aangetekende brief op de hoogte van zijn beslissing. In die brief staat een motivering van de beslissing en de ingangsdatum van de tuchtmaatregel. Bij een definitieve uitsluiting vermeldt de beslissing de beroepsmogelijkheden.

Samen met het CLB zoeken we naar een nieuwe school. Als ouders geen inspanning doen om hun kind in een andere school in te schrijven, krijgt de definitieve uitsluiting effectief uitwerking na één maand (vakantiedagen niet meegerekend). Is het kind één maand na de schriftelijke kennisgeving nog niet in een andere school ingeschreven, dan is onze school niet langer verantwoordelijk voor de opvang van de uitgesloten leerling. Het zijn de ouders die erop moeten toezien dat hun kind aan de leerplicht voldoet. Het CLB kan mee zoeken naar een oplossing.

Het schoolbestuur kan de betrokken leerling weigeren als die het huidige, het vorige of het daaraan voorafgaande schooljaar definitief werd uitgesloten.

15.2.4. Opvang op school in geval van preventieve schorsing en (tijdelijke en definitieve) uitsluiting

Wanneer een leerling tijdens een tuchtprocedure preventief geschorst wordt of na de tuchtprocedure tijdelijk wordt uitgesloten, is de leerling in principe op school aanwezig, maar neemt die geen deel aan de lessen of activiteiten van zijn leerlingengroep. De directeur kan beslissen dat de opvang van de leerling niet haalbaar is voor de school. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd bekend gemaakt aan de ouders.

In geval van een definitieve uitsluiting de ouders één maand de tijd om hun kind in een andere school in te schrijven. In afwachting van deze inschrijving is hun kind in principe op school aanwezig, maar neemt het geen deel aan de activiteiten van zijn leerlingengroep. De directeur kan beslissen dat de opvang van de leerling niet haalbaar is voor de school. Deze beslissing wordt schriftelijk en gemotiveerd bekend gemaakt aan de ouders.

15.3. Beroepsprocedures tegen een definitieve uitsluiting

Let op: wanneer we in dit punt spreken over ‘dagen’, bedoelen we telkens alle dagen (zaterdagen, zondagen, wettelijke feestdagen en 11 juli niet meegerekend.)

Ouders kunnen tegen de beslissing tot definitieve uitsluiting beroep aantekenen. De procedure gaat als volgt:

1. De ouders dienen via een aangetekend schrijven beroep in bij de voorzitter van het schoolbestuur. Dit kan via aangetekende brief of door de brief (het verzoekschrift) tegen ontvangstbewijs op school af te geven.

Katholiek Onderwijs Regio Halle Annuntiaten VZW
campus Onze-Lieve-Vrouwinstituut – lagere school
t.a.v. Roger Haest
Naamsesteenweg 355
3001 Heverlee

De aangetekende brief moet ten laatste verstuurd worden op de vijfde dag nadat de beslissing van de definitieve uitsluiting werd ontvangen. Er is dus een termijn van vijf dagen. De aangetekende brief met het bericht van de definitieve uitsluiting wordt geacht de derde dag na verzending te zijn ontvangen. De poststempel geldt als bewijs, zowel voor de verzending als voor de ontvangst.

Dat geldt ook als men ervoor kiest om het beroep persoonlijk af te geven op school.

Let op: als het beroep te laat wordt verstuurd of afgegeven, zal de beroepscommissie het beroep als onontvankelijk moeten afwijzen. Dat betekent dat ze het beroep niet inhoudelijk zal kunnen behandelen.

Het beroep bij het schoolbestuur moet aan de volgende voorwaarden voldoen:

  • Het beroep is gedateerd en ondertekend;
  • Het beroep geeft de redenen aan waarom de definitieve uitsluiting betwist wordt.
    Hierbij kunnen overtuigingsstukken toegevoegd worden.

2. Wanneer het schoolbestuur een beroep ontvangt, zal het een beroepscommissie samenstellen. In de beroepscommissie zitten zowel mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn als mensen die dat niet zijn. Het gaat om een onafhankelijke commissie die de klacht van de ouders grondig zal onderzoeken. De persoon die de definitieve uitsluiting heeft uitgesproken, zal nooit deel uitmaken van de beroepscommissie, maar zal wel gehoord worden.

3. De beroepscommissie zal steeds de leerling en zijn ouders uitnodigen voor een gesprek. Zij kunnen zich daarbij laten bijstaan door een vertrouwenspersoon. In de brief met de uitnodiging zal staan wie de leden van de beroepscommissie zijn. Deze samenstelling blijft ongewijzigd tijdens de verdere procedure, tenzij het door ziekte, overmacht of onverenigbaarheid noodzakelijk zou zijn om een plaatsvervanger aan te duiden.

Vóór de zitting kunnen de ouders het tuchtdossier opnieuw inkijken.

Het gesprek gebeurt ten laatste tien dagen nadat het schoolbestuur het beroep heeft ontvangen. Het is enkel mogelijk om een gesprek te verzetten bij gewettigde reden of overmacht. De schoolvakanties schorten de termijn van tien dagen op. Dat betekent enkel dat schoolvakanties niet meetellen bij het berekenen van de termijn. De zitting van de beroepscommissie kan wel tijdens een schoolvakantie plaatsvinden.

4. De beroepscommissie streeft in zijn zitting naar een consensus. Wanneer het toch tot een stemming komt, heeft de groep van mensen die aan de school of het schoolbestuur verbonden zijn evenveel stemmen als de groep van mensen die dat niet zijn. De voorzitter is niet verbonden aan de school of het schoolbestuur. Wanneer er bij een stemming evenveel stemmen voor als tegen zijn, geeft zijn stem de doorslag. De beroepscommissie zal de betwiste beslissing ofwel bevestigen ofwel vernietigen ofwel het beroep gemotiveerd als onontvankelijk afwijzen.

5. De beroepscommissie zal ofwel het beroep als onontvankelijk afwijzen, ofwel de definitieve uitsluiting bevestigen of vernietigen. De voorzitter van de beroepscommissie zal de gemotiveerde beslissing binnen een termijn van vijf dagen met een aangetekende brief aan de ouders meedelen. De beslissing is bindend voor alle partijen.

Het beroep schort de uitvoering van de beslissing tot definitieve uitsluiting niet op. Dat betekent dat ook tijdens de beroepsprocedure de tuchtmaatregel van kracht blijft.

16. Vrijwilligers

Ook onze school maakt bij de organisatie van verschillende activiteiten gebruik van vrijwilligers. Wij kunnen rekenen op vele ouders, leerlingen, oud-leerlingen en nog vele anderen.

Vrijwilligers zijn verzekerd via de polis burgerlijke aansprakelijkheid schoolinstellingen. Klik hier voor de algemene voorwaarden.

Vrijwilligers worden niet betaald voor de activiteiten die ze uitvoeren. Vrijwilligers die er om verzoeken kunnen na goedkeuring door het schoolbestuur terugbetaling van hun onkosten bekomen op basis van een forfaitaire tussenkomst (wettelijke regeling) of op basis van bewijsstukken.

17. Vieringen

Een 5-tal keer per schooljaar komen we met alle leerlingen samen in de kerk voor een eucharistieviering (voorgegaan door een priester) of een gebedsviering (niet voorgegaan door een priester). Alle leerlingen nemen deel aan de vieringen.

De eerste communie vindt plaats in het tweede leerjaar.

18. Zwemmen

Zwemmen is gratis. De zwemlessen van L1 t.e.m. L5 worden door de gemeente betaald. De zwemlessen van L6 worden door de school betaald.
Om leerlingen in het zwembad goed te herkennen, dragen ze verplicht een OLV-badmuts (prijs zie bijdragelijst). Deze wordt via de school verkocht.
Als een leerling gaat zwemmen of een buitenschoolse sportactiviteit heeft, draagt hij kledij die aangepast is aan de weersomstandigheden. Zoniet kan de leraar beslissen om de leerling op school te laten.

De school moet in het bezit zijn van een doktersattest alvorens een leerling niet mee gaat zwemmen. Een briefje van de ouders geldt in principe niet om de leerling op school te laten tijdens het zwemmen. Uitzonderingen om ernstige redenen zijn uiteraard niet meegerekend. Het gezond verstand en het inschattingsvermogen van de leraar is desgevallend de parameter.

Wanneer een leerling wratten heeft gaat hij mee zwemmen, tenzij de dokter dit anders voorschrijft. Zonder doktersattest is het dragen van speciale zwemkousen aangeraden.

Als een leerling zijn zwemgerief is vergeten dan ontleent hij van de school een handdoek, een badpak/zwembroek, een badmuts en een zwemzak. Hiervoor wordt een vergoeding aangerekend (prijs zie bijdragelijst). Bij aankomst op school wordt het zwemgerief onmiddellijk terugbezorgd. Het zwemgerei wordt door de school gewassen.

Bij verlies van het ontleende materiaal wordt een verliesvergoeding aangerekend (prijs zie bijdragelijst).

Ontlenen van zwemgerei en verliesvergoedingen worden gefactureerd via de maandelijkse schoolrekening.

19. Eén- of meerdaagse schooluitstappen (extra-murosactiviteiten)

Voor het aanbod, zie 27.2. scherpe maximumfactuur en 27.3. minder scherpe maximumfactuur.

Leerlingen zijn verplicht om deel te nemen aan schooluitstappen die minder dan één schooldag duren. Dit zijn normale schoolactiviteiten. We streven er als school ook naar om alle leerlingen te laten deelnemen aan schooluitstappen die één dag of langer duren. Die activiteiten maken namelijk deel uit van ons onderwijsaanbod.

We vinden schooluitstappen bijzonder waardevol om meerdere redenen:

  • Er wordt veel geleerd. De leerlingen verlaten het klaslokaal en het leren gebeurt in de echte wereld.
  • Onderzoek wijst uit dat het een uitstekende manier is om te werken aan persoonlijke groei en sociale vaardigheden.
  • Het is gezond. Veel bewegen, samenzijn en samen dingen doen is goed voor de mens.

Door het schoolreglement te ondertekenen gaan we ervan uit dat de ouders op de hoogte zijn van de schooluitstappen die worden georganiseerd. Als ouders niet wensen dat hun kind meegaat op één van de schooluitstappen die één dag of langer duren, dienen zij dat voorafgaand aan de betrokken activiteit schriftelijk te melden aan de directie.

Leerlingen die niet deelnemen aan schooluitstappen moeten op school aanwezig zijn.

20. Busvervoer

Dit wordt georganiseerd door de gemeente: € 15 per maand voor het 1ste kind en € 12,50 per maand voor de volgende kinderen, ongeacht het aantal ritten. De bussen rijden enkel in Sint-Genesius-Rode.

Inschrijven kan enkel via de gemeente. Te betalen via facturatie aan het gemeentebestuur en dit 1 maal per trimester.

21. Eten

21.1. Tijdens de speeltijd

Tijdens de voormiddagspeeltijd eten de leerlingen als tienuurtje enkel fruit of groente. Koeken mogen enkel tijdens de namiddagspeeltijd. Het fruit, de groenten en de koeken worden bewaard in een genaamtekend doosje. Drank wordt bewaard in een genaamtekende herbruikbare drinkfles. Op die manier vermijden we afval en stimuleren we herbruikbare recipiënten.

21.2. Snoepen

Er wordt niet gesnoept op school, enkel als traktatie voor een verjaardag. Kauwgom mag nooit.

21.3. In de rij

In de rij van en naar het zwembad wordt niet gegeten of gedronken.

21.4. Warme maaltijd

Leerlingen kunnen op maandag, dinsdag, donderdag en vrijdag warm eten.

Een warme maaltijd bestaat uit soep, een maaltijd, een dessert en kraantjeswater.

Een inschrijving geldt voor een volledig schooljaar.

Uitschrijven kan enkel schriftelijk (bv. via een bericht in Smartschool gericht aan het secretariaat, de directie of de leraar), uiterlijk de 20ste van de maand. Doet men dit niet, dan worden de maaltijden verder aangerekend.

De betaling gebeurt via maandelijkse facturatie (prijs zie bijdragelijst).

In geval van afwezigheid van een leerling kunnen de maaltijden geannuleerd worden. Dit kan dagelijks telefonisch van 8:00 tot 8:30 via 02/380 10 15 of aan het onthaal (secretariaat). Er mogen geen maaltijden geannuleerd worden via e-mail. Correct geannuleerde maaltijden worden op de volgende factuur in mindering gebracht, niet correct geannuleerde maaltijden worden aangerekend.

21.5. Boterhammen

Het eten van boterhammen over de middag gebeurt in de klas. De leerlingen mogen zelf van thuis een gezond drankje meebrengen. Frisdrank is niet toegelaten. Drank wordt bewaard in een genaamtekende herbruikbare drinkfles. Op die manier vermijden we afval en stimuleren we herbruikbare recipiënten.

De leerlingen kunnen soep drinken tijdens de boterhammaaltijd (prijs zie bijdragelijst). Intekenen kan via de trimestriële bestelbon.

De boterhammen worden bewaard in een genaamtekende herbruikbare brooddoos. Op die manier vermijden we afval en stimuleren we herbruikbare recipiënten.

21.6. Bijdrage gebruik en onderhoud schoolinfrastructuur tijdens de middagpauze

Leerlingen die op school blijven eten (boterhammen of warm) betalen een trimestriële bijdrage voor het gebruik en het onderhoud van de schoolinfrastructuur tijdens de middagpauze (zie bijdragelijst).

22. Turnkledij

De leerlingen dragen verplicht volgende kledij:

  • een effen donkerblauwe turnshort (zelf te voorzien)
  • een OLV T-shirt (Enkel op school te koop. Prijs zie bijdragelijst)
  • turnpantoffels of sportschoenen (zwarte zolen NIET toegelaten!).

Elk kledingstuk wordt genaamtekend.

23. Toezicht

Maandag, dinsdag, donderdag, vrijdag
7:00 – 8.30 en 15:30 – 18:00: gratis

Woensdag
11:45 – 12:15: gratis
12:15 – 18:00: betalend (zie bijdragelijst)

De betaling gebeurt via de schoolfactuur.

Leerlingen die niet om 18:00 worden afgehaald blijven onder toezicht. Het tarief hiervoor vindt u in de bijdragelijst.

24. Studie

De leerlingen kunnen naar de studie van 15:45 tot 16:15 (L2+3) of tot 16:45 (L4+5+6). De leerlingen van L2 kunnen de studie reeds om 16:00 verlaten na toestemming van de toezichter.

Tijdens de studie krijgt de leerling in zijn klasagenda een stempel “OLV studie“. Zo kunnen de ouders controleren of hun kind wel naar de studie ging. Leerlingen afhalen na de studie kan slechts om 16:15 of 16:45 op de speelplaats. Leerlingen ophalen in de studie zelf is niet toegelaten. Op die manier wordt de rust van de studie bewaard.

Tijdens de studie is er geen individuele huiswerkbegeleiding. De toezichter zorgt er voor dat de leerlingen in alle rust kunnen werken en studeren.

25. Facturatie

Via de website ouders.korha.be kunnen ouders de stand van de schoolfacturen van hun kind raadplegen.

  • Gebruikersnaam
    • e-mailadres waarop men de schoolfactuur ontvangt.
  • Wachtwoord
    • de laatste 5 cijfers van het rijksregisternummer van de leerling.

De school voorziet in een gespreide betaling van minimum 3 schoolrekeningen per schooljaar. Ouders kunnen er ook voor kiezen om  de schoolrekening in één keer te betalen.

Schoolfacturen moeten steeds stipt betaald worden. Facturen mogen niet samengeteld worden.

Ouders die problemen ondervinden met het betalen van schoolfacturen kunnen contact opnemen met de directie. Er kunnen afspraken worden gemaakt over een aangepaste betalingsmodaliteit.

Indien we vaststellen dat de schoolrekening geheel of gedeeltelijk onbetaald blijft, zal de school verdere stappen ondernemen, zoals in eerste instantie het versturen van een aangetekende ingebrekestelling. De kosten van deze aangetekende zending worden dan ook aangerekend. Als daarna verdere gerechtelijke stappen nodig zijn, zoals het inschakelen van een deurwaarder of advocaat, dan zullen ook deze kosten aangerekend worden. Eventuele gerechtskosten vallen ook ten uwen laste.

In geval van betwisting zijn, naargelang het geval, de vrederechter van Sint-Genesius-Rode of de rechtbank van eerste aanleg te Brussel bevoegd.

Ouders zijn, ongeacht hun burgerlijke staat, hoofdelijk gehouden tot het betalen van de schoolrekening. Dat betekent dat we beide ouders kunnen aanspreken om de volledige rekening te betalen. We kunnen dus niet ingaan op een vraag om de schoolrekening te splitsen. Als ouders het niet eens zijn over het betalen van de schoolrekening, bezorgen we u beiden een identieke schoolrekening. Zolang de rekening niet volledig betaald is, blijven beide ouders elk het volledige restbedrag verschuldigd, ongeacht de afspraken die ze met elkaar gemaakt hebben.

Wanneer u laattijdig hebt afgezegd voor een schoolactiviteit of als uw kind op dat moment afwezig is, zullen we het deel van de kosten terugbetalen dat nog te recupereren is. Kosten die we al gemaakt hadden, kunnen we opnemen in de schoolrekening.

26. Schoolmateriaal

Het schoolmateriaal dat gratis aan de leerlingen wordt aangeboden wordt ingedeeld in twee categorieën: vebruiksmateriaal en gebruiksmateriaal.

26.1 Verbruiksmateriaal
L1 L2 L3 L4 L5 L6
Balpen blauw X X X X X
Balpen groen X X X X X
Balpen rood X X
Balpen zwart X
Balpen 4 kleuren X
Bestekmapje(s) X X X X X X
Drieklepmap karton X
Elastiekmap X X X X X
Fluostift geel X X X X
Fluostift groen X X
Fluostift blauw X
Geodriehoek X X
Gom X X X X
inktwisser X X X X
Kleurpotloden X X X X
Lat (15 cm) X X X
Lat (30 cm) X X
Lijmstift X X X X X
Potlood X X X X X X
Stiften X X X X X
Vulpen of vulpen Schneider breeze X X
Vulpen vullingen of Schneider breeze vullingen X X X X

Is het verbruiksmateriaal stuk door onzorgvuldig gebruik, dan moet u als ouders zelf voor een vervangexemplaar zorgen (eventueel aankopen op het secretariaat). De leraar noteert in de agenda wanneer u voor een vervangexemplaar moet zorgen.

U bent als ouder niet verplicht om het verbruiksmateriaal te aanvaarden. In dat geval bent u wel verplicht om ervoor te zorgen dat uw kind steeds over het nodige verbruiksmateriaal beschikt, zoals beschreven in bovenstaande tabel. U kan het materiaal weigeren door het in goede staat terug te bezorgen aan de leraar met een schriftelijke boodschap ter bevestiging.

De leraar heeft echter steeds het laatste woord over welk materiaal al dan niet mag gebruikt worden ter vervanging van het door de school aangeboden materiaal.

Het verbruiksmateriaal blijft eigendom van de school. Is dit materiaal stuk door onzorgvuldig gebruik dan zal dit gefactureerd worden via de schoolrekening. Normale slijtage valt hier niet onder. De leraar of de directie noteert in de agenda wanneer er materiaal zal gefactureerd worden.

26.2 Gebruiksmateriaal

Gebruiksmateriaal wordt gratis aangeboden maar wordt jaarlijks terug opgehaald (leerboeken, rekenmachine, woordenboek, pennendoosje, mappen, passer, breekmes … ).
Is dit materiaal stuk door onzorgvuldig gebruik dan zal dit gefactureerd worden via de schoolrekening. Normale slijtage valt hier niet onder. De leraar of de directie noteert in de agenda wanneer er materiaal zal gefactureerd worden.

26.3. Kleurcodes mappen en kaften

Deze kleurcodes worden ook gebruikt in het eerste jaar secundair onderwijs van het OLV.

Nederlands: paars
Wiskunde: oranje
Wereldoriëntatie: donker groen
Frans: blauw
Muzische vorming: lichtblauw
Godsdienst: rood

27. Bijdragelijst

In de bijdragelijst staan voor sommige kosten vaste prijzen, voor andere kosten enkel richtprijzen. Dit laatste betekent dat het bedrag dat u zal moeten betalen in de buurt van de richtprijs zal liggen, het kan iets meer zijn, maar ook iets minder.

27.1. Verplicht

• OLV-badmuts: € 4
• OLV turn T-shirt: € 10

27.2. Scherpe maximumfactuur

= Kosten die gepaard gaan met activiteiten of verplichte materialen die niet noodzakelijk zijn voor de eindtermen en ontwikkelingsdoelen en waarvan de ouders het te besteden bedrag niet zelf kunnen bepalen.
• max € 90 per kind per schooljaar

27.3. Minder scherpe maximumfactuur

= Kosten voor meerdaagse extra-muros activiteiten.
• Max.€ 445 per kind voor de volledige duur van het lager onderwijs.

L3 Zeeklas 5 dagen, 4 nachten € 200
L4 Atomiumklas 2 dagen, 1 nacht € 60
L6 Sneeuwklas 10 dagen, 8 nachten € 180

Voor de sneeuwklas wordt een vrijwillige bijdrage van € 470 gevraagd aan de ouders voor een beginnende skiër en € 540 voor een gevorderde skiër.

Voor de zeeklas gebeurt de facturatie in schijven vanaf het begin van het derde leerjaar. Voor de sneeuwklas gebeurt de facturatie in schijven vanaf het begin van het vijfde leerjaar.

27.4. Niet verplicht aanbod

Het betreft hier diensten of producten die de school aan ouders aanbiedt en waar ouders vrijwillig gebruik van maken.

  • gebruik en onderhoud van de schoolinfrastructuur tijdens de middagpauze: € 60/schooljaar
  • nieuwjaarsbrief € 0,90
  • ontlenen zwemgerei: € 3
  • soep: € 63/schooljaar
  • verliesvergoeding zwemgerei: € 15
  • warme maaltijd: € 3,90/maaltijd
  • woensdagnamiddagopvang
    • € 3,50 per begonnen schijf van twee uur
      • schijf 1 = 12:15 -14:00, schijf 2 = 14:00 – 16:00, schijf 3 = 16:00 – 18:00
  • opvang na 18:00
    • € 15 per begonnen schijf van 15 minuten per kind

28. Reclame- en sponsorbeleid

Personen en bedrijven die de school sponsoren kunnen vermeld worden in de publicaties ter gelegenheid van de fondsenwervingsactie(s) en op de website van de school.

29. Revalidatie/logopedie tijdens de lestijden

Er zijn twee situaties waardoor een leerling afwezig kan zijn omwille van revalidatie tijdens de lestijden:

  • revalidatie na ziekte of ongeval (max. 150 minuten per week, verplaatsingen inbegrepen);
  • revalidatie voor kinderen met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven (max. 150 minuten per week, verplaatsingen inbegrepen).

Ouders moeten toestemming vragen aan de directeur om hun kind revalidatie te laten volgen tijdens de lestijden.

Om een beslissing te kunnen nemen om revalidatie na ziekte of ongeval toe te staan, moet de school over een dossier beschikken dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waaruit blijkt dat de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een medisch attest waaruit de noodzakelijkheid, de frequentie en de duur van de revalidatie blijkt;
  • een advies van het CLB, geformuleerd na overleg met klassenraad en ouders, dat motiveert waarom de revalidatie tijdens de lestijden vereist is;
  • een toestemming van de directeur voor een periode die de duur van de behandeling, vermeld in het medisch attest, niet kan overschrijden.

Om een beslissing te kunnen nemen om revalidatie toe te staan voor de leerling met een specifieke onderwijsgerelateerde behoefte waarvoor een handelingsgericht advies is gegeven, moet de school over een dossier beschikken dat minstens de volgende elementen bevat:

  • een verklaring van de ouders waaruit blijkt dat de revalidatie tijdens de lestijden moet plaatsvinden;
  • een advies van het CLB, geformuleerd na overleg met klassenraad en ouders. Dat advies moet motiveren waarom de problematiek van de leerling van die aard is dat het wettelijk voorziene zorgbeleid van een school daarop geen antwoord kan geven en dat de revalidatietussenkomsten niet beschouwd kunnen worden als schoolgebonden aanbod. Indien er op het moment van de aanvraag tot afwezigheid nog geen handelingsgericht advies werd gegeven voor de leerling, kunnen het handelingsgericht advies en dit advies van het CLB gelijktijdig afgeleverd worden;
  • een samenwerkingsovereenkomst tussen de school en de revalidatieverstrekker over de manier waarop de revalidatie het onderwijs voor de leerling in kwestie zal aanvullen en de manier waarop de informatie-uitwisseling zal verlopen. De revalidatieverstrekker bezorgt op het einde van elk schooljaar een evaluatieverslag aan de directie van de school en van het CLB, met inachtneming van de privacywetgeving waaraan hij onderworpen is;
  • een toestemming van de directeur, die jaarlijks vernieuwd en gemotiveerd moet worden, rekening houdend met het evaluatieverslag van de revalidatieverstrekker.

De directeur van de school neemt, op basis van de verzamelde documenten, de uiteindelijke beslissing of de revalidatie tijdens de lestijden kan plaatsvinden of niet. Deze beslissing wordt door de school aan de ouders meegedeeld.

30. Onderwijs aan huis

Als een leerling wegens chronische ziekte of langdurige ziekte of ongeval tijdelijk niet naar school kan komen, dan heeft het onder bepaalde voorwaarden recht op tijdelijk onderwijs aan huis, synchroon internetonderwijs of een combinatie van beiden.

Voor tijdelijk onderwijs aan huis moeten de ouders een schriftelijke aanvraag indienen bij de directeur en een medisch attest toevoegen.

Heeft een leerling een niet-chronische ziekte, dan voegen de ouders een medisch attest toe waaruit blijkt dat de leerling onmogelijk naar school kan gaan, maar wel onderwijs kan krijgen.

Heeft een leerling een chronische ziekte, dan hebben de ouders een medisch attest van een geneesheer-specialist nodig dat het chronische ziektebeeld bevestigt en waaruit blijkt dat de leerling onderwijs mag krijgen.

Heeft een leerling een niet-chronische ziekte, dan kan tijdelijk onderwijs aan huis pas worden georganiseerd na een afwezigheid van 21 opeenvolgende kalenderdagen. Als de ziekteperiode van de leerling noodgedwongen wordt verlengd of als de leerling na een periode van tijdelijk onderwijs aan huis binnen 3 maanden hervalt, moet de leerling geen wachttijd van 21 opeenvolgende kalenderdagen meer doorlopen om opnieuw tijdelijk onderwijs aan huis te krijgen. De ouders hoeven ook niet opnieuw een aanvraag in te dienen. Om de nieuwe afwezigheid te wettigen, is er wel een nieuw medisch attest nodig.

Heeft een leerling een chronische ziekte, dan heeft deze recht op 4 lestijden tijdelijk onderwijs aan huis per opgebouwde schijf van 9 halve schooldagen afwezigheid. Deze uren kunnen gedeeltelijk op school georganiseerd worden. Dit is mogelijk na een akkoord tussen de ouders en de school en vindt plaats buiten de normale schooluren en niet tijdens de middagpauze. De aanvraag en de medische vaststelling van de chronische ziekte blijft geldig voor de hele schoolloopbaan van de leerling op onze school. De ouders hoeven dit dus maar één keer aan de school te bezorgen.

De leerling moet daarnaast op 10 km of minder van de school verblijven. Als de leerling op een grotere afstand van de school verblijft, dan kan de school tijdelijk onderwijs aan huis organiseren maar is daar niet toe verplicht.

Als een leerling aan deze voorwaarden voldoet, zal de school de ouders op de mogelijkheid van tijdelijk onderwijs aan huis wijzen. Zodra de voorwaarden voor het verstrekken van tijdelijk onderwijs aan huis vervuld zijn, kan de school hiermee van start gaan.

De directeur zal dan op zoek gaan naar een leraar om 4 lestijden per week onderwijs aan huis te geven. De school maakt afspraken met deze leraar om de lessen af te stemmen op de leerlingengroep van de leerling. Tijdelijk onderwijs aan huis is gratis.

De school kan in overleg met de ouders ook contact opnemen met de vzw Bednet. Dit biedt de mogelijkheid om van thuis uit via een internetverbinding live deel te nemen aan de lessen. De school maakt dan samen met de ouders concrete afspraken over opvolging en evaluatie.

Met vragen hierover kunnen ouders steeds terecht bij de directeur.

31. Leerlingenbegeleiding

Het M-decreet stelt dat het de taak van de school is om een zorgcontinuüm uit te bouwen. Het gaat om een zorgbeleid waarin de school 3 fases doorloopt om samen met het CLB en de ouders zo goed mogelijk voor de leerlingen te zorgen.

  • Fase 0: brede basiszorg. Vanuit een visie op zorg biedt de school alle leerlingen een krachtige leeromgeving aan. De school stimuleert zoveel mogelijk de ontwikkeling van alle leerlingen, volgt hen systematisch op en werkt actief aan de vermindering van risicofactoren en aan de versterking van beschermende factoren.
  • Fase 1: verhoogde zorg. De school neemt extra maatregelen die ervoor zorgen dat de leerling het gemeenschappelijk curriculum kan blijven volgen (zoals remediëren, differentiëren, compenseren en dispenseren).
  • Fase 2: uitbreiding van zorg. Het CLB krijgt een actieve rol en onderzoekt wat de leerling, de leraren en de ouders kunnen doen en wat zij nodig hebben. Het CLB stelt nadien eventueel een gemotiveerd verslag op, waarin het de nood aan uitbreiding van zorg motiveert. Dan kan de school ondersteuning vanuit het ondersteuningsnetwerk of een school voor buitengewoon onderwijs inschakelen.

Als de fases 0 tot en met 2 zijn doorlopen en als het volgen van het gemeenschappelijk curriculum met redelijke aanpassingen niet haalbaar blijkt, kan het CLB een verslag opstellen voor toegang tot buitengewoon onderwijs of voor een individueel aangepast curriculum in het gewoon onderwijs.

  • Fase 3: individueel aangepast curriculum (IAC). Het CLB stelt een verslag op voor toegang tot buitengewoon onderwijs of voor een IAC in het gewoon onderwijs. De fase van het IAC kan zowel in het gewoon als in het buitengewoon onderwijs vorm krijgen.
    Een leerling met een verslag kan een IAC volgen in een school voor gewoon onderwijs of kan zich inschrijven in een school voor buitengewoon onderwijs. Dat is afhankelijk van de keuze van de ouders en de leerling en de redelijke aanpassingen die mogelijk zijn in een gewone school.
    Het CLB onderzoekt de mogelijkheden, samen met de ouders, de leerling en de school.
    Als de leerling een IAC in een school voor gewoon onderwijs volgt, kan de school ondersteuning inschakelen vanuit het ondersteuningsnetwerk of vanuit een school voor buitengewoon onderwijs.
31.1. FASE 0: BREDE BASISZORG

In deze fase wordt ervoor gezorgd dat alle leerlingen zich volgens hun eigen mogelijkheden, talenten en onderwijsbehoeften kunnen ontplooien. In deze fase stimuleert de leraar zoveel mogelijk de ontwikkeling van alle leerlingen. We kunnen dit vergelijken met de zorg van ouders voor hun kinderen. Zoals een ouder zorgt voor zijn kind, zo zorgt een leraar ook voor zijn leerlingen.

Brede basiszorg betekent dat de leraar de diversiteit in zijn klas als een meerwaarde ziet. De leraar staat in voor de brede basiszorg om zo tegemoet te komen aan de onderwijs- en opvoedingsbehoeften van de leerlingen. De leraar staat er niet alleen voor. Hij kan beroep doen op het zorgteam van de school. Dit team, onder leiding van de zorgcoördinator, coacht en ondersteunt de leraar met tips, materialen, feedback … Eveneens krijgt het CLB een ondersteunende rol bij het uitbouwen/versterken van het zorgbeleid en het versterken van de deskundigheid van leraren inzake opvang van leerlingen en signaaldetectie.

Binnen deze fase wordt gebruik gemaakt van een meer universelere didactiek, waardoor de leeromgeving aansluit op de onderwijsbehoeften van een diverse groep leerlingen. Op deze manier hebben minder leerlingen behoefte aan specifieke maatregelen en gaan ze bijgevolg niet of minder vlug over naar de fase van verhoogde zorg (fase 1).

Krachtige leeromgeving

Brede basiszorg begint bij goed onderwijs in de klas. Goed onderwijs voorkomt dat elke leerling een eigen set aanpassingen nodig heeft. Bij goed onderwijs maakt de leraar het verschil als hij een krachtige leeromgeving creëert. Via zo’n leeromgeving stimuleert de leraar de ontwikkeling van zijn leerlingen en verbetert hij eveneens de kwaliteit van het onderwijsaanbod. Op deze manier zal de leefwereld van de leerlingen en deze van de school beter op elkaar aansluiten zodat alle leerlingen de kans krijgen om voluit aan het leerproces en de interactie op school deel te nemen.

Krachtige leeromgevingen zijn leersituaties die sterk uitdagend zijn. Ze worden gekenmerkt door een positief, veilig en rijk leerklimaat; betekenisvol leren; rijke ondersteuning en interactie.

a. Postief, veilig en rijk leerklimaat
Leerlingen hebben nood aan een warme, veilige en geborgen omgeving en moeten zich goed voelen om optimaal te functioneren. Zich goed voelen betekent zichzelf zijn in de klasgroep en zich verbonden voelen met de klasgenoten en de leraren. Het blijft belangrijk om een leeromgeving te creëren waarin alle leerlingen zich welbevinden.

Door open te staan voor de ideeën, meningen en de gevoelswereld van elke leerling, bevordert de leraar de intrinsieke motivatie van de leerling. Hierdoor geloven leerlingen meer in hun eigen kunnen en voelen ze zich competent. Dat leidt tot succeservaringen die uitnodigen tot verder exploreren, leren en ontwikkelen.

Het blijft belangrijk dat de leraar zo veel mogelijk rekening houdt met het ontwikkelingstempo, de individuele mogelijkheden en de achtergrond van elke leerling. Hij stelt ambitieuze, realistische en haalbare doelen en gelooft in de groeimogelijkheden van elke leerling. Hij legt de lat hoog voor iedereen.

b. Betekenisvol leren
We leren de leerlingen graag zinvolle dingen. Daarom zoekt de leraar aansluiting bij de ervaringen en leefsituaties van de leerlingen en creëert hij een leeromgeving waarin leerlingen nieuwe ervaringen kunnen opdoen.

Een gestructureerd lesverloop voorkomt problemen. De leraar werkt planmatig, maar laat ruimte om af te wijken en in te spelen op wat leerlingen inbrengen. Instructie kan binnen een flexibele klasorganisatie klassikaal of in kleinere groepjes. Steeds zoekend naar doelgerichte motiverende werkvormen. Korte instructies zetten leerlingen aan het denken. Wanneer langere nodig is, zorgt de leraar ervoor dat hij de leerlingen actief betrekt.

c. Rijke ondersteuning en interactie
De leraar legt voortdurend bruggen tussen wat de leerlingen wel kunnen en weten, en wat ze aan nieuwe competenties verwerven. Hij richt zich op de zone van de naaste ontwikkeling. Hij biedt een rijke ondersteuning aan door gepaste werk- en groeperingsvormen te kiezen, verbanden te leggen en leerlingen te laten samenwerken.

Een flexibele klasorganisatie laat toe het geleerde individueel, interactief, coöperatief te verwerken tijdens oefenmomenten. Een gevarieerde aanpak vermijdt eenzijdigheid. Leerlingen kunnen niet alles zelf ontdekken en de leraar kan hen ook niet alles uitleggen. De leraar past verschillende vormen van hulp en ondersteuning toe in de klas. Naar gelang van het soort competentie dat hij op het oog heeft, kiest hij voor een bepaalde aanpak. Onderstaande technieken helpen het leerproces van de leerling te coachen en te richten:

  • Probleem identificeren: De leraar tracht te achterhalen wat de leerling niet begrijpt of niet kan.
  • Probleem signaleren: De leraar gaat met de leerling na wat fout is in een bewerking, wat een ontbrekende link in een redenering is, welke informatie in een verslag ontbreekt.
  • Probleemoplossing in kleinere stapjes organiseren: Het oplossingsproces structureert men door met kleine denkstappen te werken, ondersteund door materiaal.
  • Impulsiviteit doorbreken: De leraar tracht de te sterke emotionele reactie van de leerling op zijn onvermogen om een taak op te lossen te doorbreken.
  • Motivatie en zelfvertrouwen verhogen: De leraar moedigt de leerling aan, bevestigt, geeft complimentjes.
  • Samen kennis construeren en onderhandelen: De leraar denkt mee met de leerling, stelt eventueel bijkomende vragen om de leerlingen verder te doen nadenken, stelt mogelijkheden voor die de leerlingen beoordelen, laat tekenen en handelen met materialen.
  • Uitleg geven: toelichten, uitleggen, inzichten onder woorden brengen. Hiervoor gebruikt men beeldmateriaal en media.
  • Concretiseren en contextualiseren: De leraar toont een concreet voorbeeld of materiaal waardoor de leerling het nieuwe kan plaatsen in of linken aan het gekende.
  • Terugverwijzen en verbanden leggen: De leraar herinnert de leerling aan een eerder voorbeeld, schema of materiaal, een vorige les of activiteit.
  • Structureren van oplossingsmethode: De leraar herinnert de leerling aan een oplossingsmethode of laat de leerling het hardop verwoorden, stappen tekenen of uitvoeren met materiaal.
Leerlingen systematisch opvolgen

Het is belangrijk dat leerlingen systematisch worden opgevolgd. We volgen onze leerlingen op door observaties en toetsen. Naast summatieve evaluatie, waarbij beoordeeld wordt of de leerling de leerdoelen bereikt heeft, is ook formatieve evaluatie, waarbij het leerproces van de leerling in kaart wordt gebracht, minstens even belangrijk.

Het is belangrijk dat we tijdens evaluatie oog hebben voor het unieke van iedere leerling. Evalutie heeft niet enkel te maken met wat het kind op een bepaald moment weet of kan, er dient ook gekeken te worden naar het proces dat een leerling doorgemaakt heeft. Het gaat om het maximaal ondersteunen en stimuleren van het leerproces. Het gaat om de leerling.

Systematisch opvolgen betekent ook het noteren van de maatregelen die men voor de leerling treft, om zijn leerproces zo goed mogelijk te laten verlopen.

Stimulerende maatregelen
Sommige leerlingen hebben nu eenmaal een ander ‘zetje’ nodig om een stap vooruit te zetten in hun ontwikkelingsproces. Het is belangrijk dat de leraar bewust nadenkt over hoe hij elke leerling blijvend kan motiveren en stimuleren om zich verder te ontwikkelen.

Het blijft belangrijk dat leerlingen worden aangemoedigd en dit kan gebeuren door schouderklopjes. Met stimulerende maatregelen verminderen we de onzekerheid, de angst en het gevoel ‘dom’ te zijn. Een leraar die gelooft in de mogelijkheden van een leerling en die overtuiging communiceert, versterkt het zelfvertrouwen van die leerling en oefent een positieve invloed uit op zijn leerproces.
Voorbeelden:

  • Vooruitgang zichtbaar maken.
  • Aangepaste huistaken waarmee het kind succes kan behalen.
  • Verhalen kiezen uit de belevingswereld.
  • Blijven aanmoedigen en inspanningen positief benaderen.
  • Een leerling bevestigen in al wat hij goed kan.
  • Een leerling erop wijzen dat hij bepaalde vragen niet of onvolledig invulde?
Het verminderen van risicofactoren en versterken van beschermende factoren

Een laatste belangrijk element binnen krachtige leeromgeving is het verminderen van risicofactoren en versterken van beschermende factoren. Door regelmatig met de ouders en de leerling een individueel gesprek te voeren, krijgen we een genuanceerd beeld van de leerlingen en hun context. Op deze manier kunnen we de risicofactoren verminderen of beschermende factoren versterken.

Om te reflecteren over een krachtige leeromgeving evalueren de leraren zichzelf, worden ze geëvalueerd door externen, worden ze gecoacht en wordt het professionaliseringsbeleid van de school en de leraar hierop afgestemd. De professionalisering van leraren gebeurt zowel op groepsniveau als op individueel niveau.

Soms volstaat de brede basiszorg niet of slechts gedeeltelijk om tegemoet te komen aan de onderwijsbehoeften van leerlingen. Als dit het geval is dan wordt er overgestapt naar een hoger zorgniveau (fase 1: verhoogde zorg). Het zorgteam van de school bekijkt dan samen met leerling, ouders en leraar hoe de leerling op school extra zorg kan krijgen.

31.2. FASE 1: VERHOOGDE ZORG

Een leerling heeft soms meer zorg nodig dan brede basiszorg.
De leden van het zorgteam komen op regelmatige basis samen en houden een brede kijk op het functioneren van de leerling. Ouders en leerling worden betrokken en krijgen inspraak om een goede samenwerking en afstemming tussen alle betrokkenen mogelijk te maken.
Het zorgteam onderneemt volgende acties:

  • Verzamelen van informatie.
  • Onderwijs-, opvoedings- en ondersteuningsbehoeften bepalen.
  • Aanpak bepalen.
  • Plannen, handelen en evalueren.

Het doel is om in deze fase redelijke maatregelen aan te bieden aan leerlingen bij wie ongerustheid over leerontwikkeling ontstaat zodat de gestelde leerdoelen toch bereikt kunnen worden.

Eventueel kan hierbij ondersteuning gevraagd worden aan het CLB of aan de pedagogische begeleidingsdienst. In deze fase hebben beiden een coachende rol.

Mogelijk redelijke maatregelen die kunnen genomen worden zijn:

  • Remediërende maatregelen: leerlingen individueel helpen
  • Differentiërende maatregelen: leerstof en lesaanpak variëren
  • Compenserende maatregelen: hulpmiddelen zoals een laptop, tablet, rekenmachine enz. toelaten
  • Dispenserende maatregelen: vrijstellingen van onderdelen van het curriculum toelaten

Bij de beoordeling van de redelijkheid van de aanpassing, houden we onder meer rekening met:

  • De kostprijs van de aanpassing.
  • De impact die de aanpassing heeft op de school- en klasorganisatie.
  • Hoe lang en hoe vaak de leerling van de aanpassing gebruik kan maken.
  • De gevolgen van de aanpassing voor de levenskwaliteit van de leerling.
  • De gevolgen van de aanpassing voor de omgeving en andere leerlingen.
  • Het al dan niet ontbreken van gelijkwaardige alternatieven.

Bij een stagnerende of negatieve evolutie informeert de school het CLB. Deze aanmelding kan de start zijn van fase 2, uitbreiding van zorg.

31.3. FASE 2: UITBREIDING VAN ZORG

In fase 2 ligt de regie bij het CLB.

Wat als extra zorg op school niet voldoende is voor een leerling? Of wat als de school, de leerling of de ouders niet goed weten wat de leerling nodig heeft om te leren of zich goed te voelen?

Het zorgteam van de school vraagt dan aan de leerling en zijn ouders toestemming om de hulp van het CLB in te schakelen. Het CLB-team gaat na wat de leerling nodig heeft om te leren. Hiervoor werkt het CLB-team samen met de leerling, de ouders en de school. De leerling of zijn ouders kunnen ook rechtstreeks aankloppen bij het CLB. Het CLB-team bekijkt dan met de leerling of zijn ouders welke zorg nodig is.
We trachten een beter zicht te krijgen op het functioneren van de leerling binnen zijn context en daardoor het aanbod van maatregelen beter af te stemmen op de zorgvraag van de leerling.

Individuele leerlingenbegeleiding door het CLB kan in deze fase van uitbreiding van zorg verschillende vormen aannemen:

  • Een handelingsgericht diagnostisch traject (HGD-traject).
  • Informatie- en adviesverstrekking zonder HGD-traject (bv. onderwijsloopbaanbegeleiding).
  • Kortdurende begeleiding.
  • Samenwerking met het ondersteuningsnetwerk.

Het doel van het HGD-traject is het formuleren van:

  • Langetermijnperspectief en concrete, middellange en kortetermijndoelen voor een leerling.
  • Onderwijs-, opvoedings- en ondersteuningsbehoeften van de leerling en zijn context.
  • Handelingsgericht advies dat gedragen wordt door alle betrokkenen.
  • Afspraken over plannen, handelen en evalueren van dat advies.

Op het einde van Fase 2 nodigt het CLB-team de leerling, de ouders en het schoolteam uit voor een adviesgesprek. In dit gesprek wordt besproken wat de leerling nodig heeft om de leerdoelen te bereiken en welke aanpassingen voldoende en redelijk zijn voor de school en de leerling.

Wanneer in de adviesfase van het HGD-traject blijkt dat de aanpassingen die nodig zijn om een leerling binnen de school mee te nemen binnen een gemeenschappelijk curriculum ofwel niet redelijk ofwel onvoldoende zijn, wordt overgegaan naar een individueel aangepast curriculum (zie fase 3).

Kan de leerling, eventueel met extra zorg, mee met het gemeenschappelijk curriculum, dan blijft hij in het gewoon onderwijs. Voor de extra zorg is een gemotiveerd verslag van het CLB nodig.

31.4. FASE 3: INDIVIDUEEL AANGEPAST CURRICULUM (IAC)

In fase 3 ligt de regie bij het CLB.

Wat als een leerling meer nodig heeft om te leren dan wat onze school kan bieden?

Sommige leerlingen hebben specifieke onderwijsbehoeften. Deze leerlingen hebben langdurige en belangrijke problemen om het gemeenschappelijk curriculum (GC) te volgen. Een individueel aangepast curriculum (IAC) wil zeggen dat leerdoelen op maat van de leerling worden opgesteld en dat deze de doelen van het gemeenschappelijk curriculum niet hoeft te halen.

Specifieke onderwijsbehoeften vragen om aanpassingen in de school en/of de klas.
Deze aanpassingen zijn soms niet redelijk voor de school of kunnen er niet voldoende voor zorgen dat de leerling het gemeenschappelijk curriculum kan blijven volgen (zie M-decreet).
Het CLB-team, de leerling, zijn ouders en de school kunnen dan beslissen om een verslag op te maken. Het opmaken van een verslag houdt geen automatische overstap in naar een school voor buitengewoon onderwijs.

Scenario’s voor leerlingen met verslag.

  • IAC in onze school, mits akkoord school.
  • GC of IAC in nieuwe school voor gewoon onderwijs, inschrijving onder ontbindende voorwaarde.
  • Overstap naar een school voor buitengewoon onderwijs (volgens type verslag).

Binnen het IAC wordt er steeds nagegaan of een terugkeer naar het gemeenschappelijk curriculum mogelijk is.

32. Privaatlessen

Leraren van de lagere school van het OLV mogen geen betaalde privaatlessen geven aan leerlingen van de lagere school van het OLV.

33. Klachtenregeling

Wanneer ouders ontevreden zijn met beslissingen, handelingen of gedragingen van het schoolbestuur of zijn personeelsleden, of met het ontbreken van bepaalde beslissingen of handelingen, dan kan men contact opnemen met de directeur, de algemeen directeur of de voorzitter van het schoolbestuur.

Samen met de ouders zoeken we dan naar een afdoende oplossing. Als dat wenselijk is, kunnen we in onderling overleg een beroep doen op een professionele conflictbemiddelaar om via bemiddeling tot een oplossing te komen.

Als deze informele behandeling niet tot een oplossing leidt die voor de ouders volstaat, dan kunnen zij hun klacht in een volgende fase voorleggen aan de Klachtencommissie. Deze commissie is door Katholiek Onderwijs Vlaanderen aangesteld om klachten van leerlingen en ouders over gedragingen en beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en het niet nemen van beslissingen van/door hun schoolbestuur, formeel te behandelen. Voor het indienen van een klacht moet men een brief sturen naar het secretariaat van de Klachtencommissie. Het correspondentieadres is:

Klachtencommissie Katholiek Onderwijs Vlaanderen
t.a.v. de voorzitter van de Klachtencommissie
Guimardstraat 1
1040 Brussel

De klacht kan tevens worden ingediend per e-mail via of via het daartoe voorziene contactformulier op de website van de Klachtencommissie.

De commissie zal de klacht enkel inhoudelijk behandelen als ze ontvankelijk is, dat wil zeggen als ze aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • De klacht moet betrekking hebben op feiten die niet langer dan 6 maanden geleden hebben plaatsgevonden. We rekenen vanaf de laatste gebeurtenis waarop de klacht betrekking heeft.
  • De klacht mag niet anoniem zijn. Omdat de Klachtencommissie een klacht steeds onbevooroordeeld en objectief behandelt, betrekt ze alle partijen, dus ook het schoolbestuur.
  • De klacht mag niet gaan over een feit of feiten die de Klachtencommissie al heeft behandeld.
  • De klacht moet eerst aan het schoolbestuur zijn voorgelegd. De ouders moeten hun klacht ten minste hebben besproken met de contactpersoon die hierboven staat vermeld én het schoolbestuur de kans hebben gegeven om zelf op de klacht in te gaan.
  • De klacht moet binnen de bevoegdheid van de Klachtencommissie vallen. De volgende zaken vallen niet onder haar bevoegdheid:
    • klachten over feiten die het voorwerp uitmaken van een gerechtelijke procedure (bv. die betrekking hebben over een misdrijf);
    • klachten die betrekking hebben op het algemeen beleid van de overheid of op de geldende decreten, besluiten, ministeriële omzendbrieven of reglementen;
    • klachten die uitsluitend betrekking hebben op de door het schoolbestuur al dan niet genomen maatregelen in het kader van zijn ontslag-, evaluatie-, of tuchtbevoegdheid t.a.v. personeelsleden;
    • klachten waarvoor al een specifieke regeling en/of behandelende instantie bestaat (bv. over inschrijvingen, de bijdrageregeling, de definitieve uitsluiting, een evaluatiebeslissing …).

Het verloop van de procedure bij de Klachtencommissie is vastgelegd in het huishoudelijk reglement.

De Klachtencommissie kan een klacht enkel beoordelen. Zij kan het schoolbestuur een advies bezorgen, maar geen bindende beslissingen nemen. De uitkomst van deze klachtenregeling heeft dan ook geen juridisch effect. De eindverantwoordelijkheid ligt steeds bij het schoolbestuur. Tegen een advies van de Klachtencommissie kan niet in beroep worden gegaan.

Bij een klacht verwachten we van alle betrokkenen steeds de nodige discretie en sereniteit.