Pedagogisch Project

Opvoedend onderwijs op christelijk-gelovige basis.

Onze school is een onderwijs- en opvoedingsgemeenschap met duidelijke doelstellingen die zij omschrijft in een christelijk-gelovig opvoedings- en vormingsproject. Deze doelstellingen worden geconcretiseerd in een reglement voor de personeelsleden en in een schoolreglement voor de leerlingen. In een schoolwerkplan worden die doelstellingen regelmatig geactualiseerd.

Onze school is een vrije katholieke school, een door de Kerk erkende onderwijsinstelling, gegrondvest op de persoon van Jezus Christus. De school wordt, gezien haar dienstbaarheid aan de Vlaamse Gemeenschap, door de Overheid gesubsidieerd.

Zij biedt op een hedendaagse en pedagogisch verantwoorde wijze aan jonge mensen kwalitatief hoogwaardig onderwijs zowel op het vlak van de inhoud als op het vlak van de didactische verwerking.

Zij legt de nadruk op een pedagogische benadering van de jongere. Zij streeft de totale vorming van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal.

Het opvoedend onderwijs is gericht op de begeleiding van alle jongeren bij het ontdekken van waarden en het verwerven van attitudes. De school stelt zich actief open voor al wie in onze maatschappij,op welke manier ook, kansarm is.

Zij helpt de jongeren in hun groei naar verantwoordelijkheid en weerbaarheid en bereidt ze zo voor op hun taak op lokaal,regionaal, federaal, Europees en mondiaal vlak. Zo bewijst zij een dienst aan de gemeenschap waarin zij thuishoort.

Visie op de mens.

Opvoeding op christelijk-gelovige basis impliceert een visie op de mens.

Onze visie op de mens willen we in het kort uitleggen.

1. De mens in zijn totaliteit.

We willen de mens niet herleiden tot één deelaspect van zijn bestaan. In het omgaan met mensen,ook in de opvoeding,horen alle aspecten aan bod te komen : het lichamelijke, het technische, het structurele, het sociale, het politieke , het spirituele , het psychische, het relationele, het affectieve,het muzische ,het esthetische ,het godsdienstige… Al die aspecten samen maken een mens tot de unieke persoon die hij is of kan worden. Iedere verabsolutering van één aspect of ieder afwijzen van een ander doet de mens onrecht aan en verengt hem tot een deel van zijn persoonlijkheid. De wijze waarop of graad waarin een mens die aspecten kan integreren in zijn leven, maken hem juist tot de mens die hij is.

2. De mens als dynamisch wezen.

Een mens is steeds in ontwikkeling. Hij is nooit helemaal ‘af’. Hij verandert constant zowel op het vlak van lichamelijkheid als op het gebied van gevoelsleven, zowel in de zingeving als in het handelen, zowel psychisch als emotioneel. Dat proces is afhankelijk van veel factoren: eigen aanleg, maatschappelijke context, opvoeding, studie en opleiding. Alles heeft immers met elkaar te maken in het leven. Ontwikkeling is dan ook geen continu en rechtlijnig gebeuren. Een mens leert voortdurend bij, maar hij leert ook af. Hij maakt vorderingen, maar er treedt ook regressie op. Dat zowel op het vlak van het kennen en kunnen als op het vlak van het emotionele en het psychische. Hij ziet anders, hij voelt anders,hij leeft anders. Hij blijft dus nooit dezelfde, altijd is er evolutie.

3. De mens als uniek wezen.

Omdat ieder mens op een eigen wijze alle aspecten van het bestaan combineert,is hij een uniek wezen. In iedere persoon ligt het geheel van gevoelens, ideeën,waarden en normen, mogelijkheden en beperkingen op een unieke wijze gerealiseerd. Genetische gegevens, milieuverschillen en toevalsfactoren bepalen dat gegeven. De interactie tussen aanleg en milieu, tussen eigen inbreng en invloeden van buiten maakt iedere mens tot een originele persoonlijkheid met een aantal typerende trekken en een eigen karakter. Dat betekent ook dat ieder mens in zijn eigenheid moet worden erkend. Dit vormt de basis van een fundamentele gelijkwaardigheid met andere mensen.

4. De mens als relationeel wezen.

Mens zijn of worden doet men niet alleen. Een mens is altijd verwevenheid, verbondenheid , betrokkenheid en dialoog. Hij leert zichzelf maar kennen in relatie met de kosmos,met anderen en met de maatschappij.

Op hun beurt zijn dat de wegen om verbonden te geraken met een transcendente werkelijkheid, die wij God noemen.

5. De mens als wezen dat openstaat voor het mysterie.

De mens is meer dan het product van zijn genetische, sociale en toevallige mogelijkheden. Er is ook een element dat alles overstijgt, dat niet te vatten is, dat mysterie blijft. Die mogelijkheid laat de mens toe zinvolheid te ontdekken in de wisselvalligheden van het bestaan. Dat mysterie is wetenschappelijk niet te toetsen of louter rationeel te verklaren. Het bezit een dimensie van geloof, al dan niet van godsdienstige aard. In dat mysterie komt de mens het leven tegen als een vraag die het hier en het nu overstijgt. Die dimensie maakt het leven menswaardig en leefbaar in de grote wisselvalligheden van het bestaan.

6. De mens levend in fundamentele spanningsvelden.

Door al die aspecten heen beleeft een mens voortdurend een aantal spanningsvelden. In de praktijk van iedere dag, in het denken en het handelen spelen deze spanningsvelden telkens mee :

  • leven en dood,
  • stabiliteit en verandering,
  • zelfstandigheid en afhankelijkheid,
  • orde en chaos,
  • harmonie en conflict,
  • rede en gevoel,
  • ideaal en werkelijkheid,
  • goed en kwaad,
  • armoede en rijkdom,
  • geven en ontvangen,
  • heden en verleden

Het is een uitdaging en een opgave om die werkelijkheid te doorleven. Wie ze ontloopt of wie reeds te veel getekend is door het leven om daarin nog te investeren mist een aantal kansen in zijn bestaan.

Hoofddoelen van ontwikkeling.

In de ontwikkeling van de (jonge) mens lijken vier hoofddoelen heel belangrijk :

De groei in vrijheid, in verantwoordelijkheid, in verbondenheid en in zingeving.

1. Vrijheid.

Een mens als dynamisch wezen kan zich alleen maar ontwikkelen tot een complete en unieke persoon binnen een groei in persoonlijke vrijheid. Die vrijheid is één van de belangrijkste dingen die een mens bezit en wil nastreven. Daartoe moet de (jeugdige) mens de nodige ruimte en middelen krijgen. Dat is zijn recht. In zijn muziek, in zijn jeugdbeweging, in zijn uitgangsleven, in zijn idolen en fantasieën, in zijn hang naar vriendschapsbanden, in zijn school, in zijn thuis, in zijn (on)geloof, in zijn relaties, in zijn seksualiteit … is de jongere op zoek naar zichzelf en naar het invullen van zijn eigen levensproject in vrijheid.

Opvoeden is de jongere bijstaan bij zijn zoektocht naar vrijheid en zelfstandigheid. Het is hem helpen zich te verlossen van angst en vervreemding. Zich integreren in de maatschappij, maar er zich tegelijkertijd ook kritisch tegenover opstellen. Een kritische socialisatie kan men dat noemen, maar hoort dat ook te worden.

2. Verantwoordelijkheid.

Vrijheid die absoluut wordt is de grootste onvrijheid. Vrijheid kan maar van de mogelijke onvrijheid verlost worden door de verantwoordelijkheid. In de verantwoordelijkheid verwijst men naar wat buiten de eigen persoon ligt. In die zin beperkt de verantwoordelijkheid de vrijheid, maar tegelijkertijd verruimt en verdiept ze die. De mens als relationeel wezen dat zijn bestaan te danken heeft aan de natuur, de medemensen en de ruimere maatschappij vraagt om verantwoordelijkheid. Voor zichzelf in de eerste plaats: dat men zorg draagt het best haalbare levensproject voor zichzelf te verwezenlijken en zich daaromtrent niet te laten leiden door destructieve keuzes. Die verantwoordelijkheid heeft ook een ecologische dimensie: respect voor de natuur zoals ze zich als gave en opgave voor de mens aandient. In die verantwoordelijkheid ontmoet hij tevens zijn medemens: als een geschenk maar ook als iemand die tot leven moet gebracht worden.

Opvoeden is de jongere steunen om zich los te maken uit het isolement van een louter ik-gerichte ontwikkeling. Het is ruimte geven om verantwoordelijkheid te oefenen in zeer concrete situaties, aangepast aan de leeftijd en de reeds verworven vaardigheden. Het is hem voorbereiden op zijn rol in de kleinere en grotere maatschappij. Het is hem situaties aanbieden waarin hij die verantwoordelijkheid kan beleven.

3. Verbondenheid.

Iedere opvoeding zal oog hebben voor de kunst of de kunde andere mensen nabij te zijn en zich aan andere mensen toe te vertrouwen. Door zijn eigen particulier levensverhaal van verbondenheid in communicatie te brengen, zal de opvoeder de jongere zicht laten krijgen op die dimensie van verbondenheid. Op zijn beurt zal die jongere verbondenheid laten integreren in zijn persoonlijk bestaan. Het ethisch bewustzijn grenst niet uitsluitend aan inzet en engagement, maar reikt veel verder dan dat. Daarom verbreedt of verruimt de verbondenheid de verantwoordelijkheid.

4. Zingeving.

Naarmate het eigen levensproject duidelijker vormen aanneemt, groeit ook de vraag naar de fundering ervan. De opvoeder communiceert ook zijn diepere bestaansgrond maar kan zijn levensovertuiging niet opleggen. Ook niet zijn christelijk levensproject. Men kan dit niet afdwingen. Hij kan de zinhorizon die het christelijke levensproject hem persoonlijk voorhoudt, in dialoog brengen. Hij mag daarbij hopen dat de jongeren in die gelovige voetsporen treden en een eind mee opstappen. Maar fundamenteel in de opvoeding blijft het respect voor de eigen keuzes van jongeren. Het komt erop aan de jongeren te bekwamen in het ontwikkelen van hun identiteit ten aanzien van de sleutelproblemen van het leven en het samenleven. In onze school doen wij dat vanuit een christelijk perspectief.

Tot slot nog een woordje over de opvoedingsstijl: wij kiezen voor een communicatief proces en een assisterende stijl die gedragen wordt door een kwalitatieve aanwezigheid, door emotionaliteit en rationaliteit, dit alles overkoepeld door een christelijke zingeving.

Een samen op te bouwen schoolgemeenschap.

Schoolbestuuren, directies en personeelsleden, ouders of studenten en leerlingen bouwen samen, elk vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en zorg, aan de schoolgemeenschap.

In deze schoolgemeenschap ervaren kinderen en jongeren dat hun opvoeders met hen begaan zijn. De jonge mensen worden opgeroepen om op creatieve wijze aan hun bestaan gestalte te geven als een gave en een opdracht. Dit verwezenlijken zij als vrije mensen in relatie met God, met de anderen, in relatie tot zichzelf en tot de omringende wereld.

Directie en personeelsleden zijn de dragers van het opvoedings- en vormingsproject en de belangrijkste uitvoerders ervan. Dit impliceert dat zij daartoe een gunstig klimaat scheppen. In samenwerking, wederzijdse waardering en respect voor ieders opdracht, pogen zij een positieve geest in de schoolgemeenschap te creëren.

De ouders beschouwen de schoolgemeenschap als een actieve partner bij hun fundamentele opvoedingstaak. Zij helpen de schoolgemeenschap uitbouwen en schragen.

De Schoolbestuur is verantwoordelijk voor het hele schoolgebeuren. Ze is bestuurlijk ook de eindverantwoordelijke. Vanuit die verantwoordelijkheid betrekt zij alle partners bij het onderwijsgebeuren en stimuleert hen tot loyaal engagement.

Een herkenbare katholieke school.

Onze school vervult haar opdracht in een multireligieus en multicultureel samenlevingsverband. De samenstelling van de schoolgemeenschap biedt hiervan een weerspiegeling.

De school waarborgt een geloofsaanbod aan de jeugd. Zij verwacht van alle leden van de schoolgemeenschap dat zij eerbied opbrengen voor de christelijk-gelovige verankering van de school en voor haar geloofsaanbod. Zij brengt een zo ruim mogelijke groep van mensen samen, die ze bezielt om de herkenbaarheid van de school te bevorderen en van hun geloof te getuigen. In het bijzonder rekent zij erop dat de godsdienstleerkrachten – maar zeker niet zij alleen – vrijmoedig de christelijke boodschap brengen.

De school maakt werk van een aan de school aangepaste pastorale animatie, van gebedsmomenten en sacramentele vieringen.

De school is een werk- en leefgemeenschap waarin men dagelijks gezamenlijk het christelijk geloof beleeft, in het bijzonder op intense momenten van vreugde en pijn, van lukken en mislukken. Zij is gekenmerkt door haar zorg voor de beleving van de evangelische en tevens humane waarden. De beleving van de christelijke solidariteit met de derde en vierde wereld is haar eigen.

De school is herkenbaar aan de getuigenis van haar leden. Getuigen betekent de anderen met eerbied benaderen, de waarheid laten zien, zonder die met geweld op te dringen; inzicht proberen bij te brengen, zonder de vrijheid van anderen te kwetsen. Openheid voor de diepere levensvragen kenmerkt onze school.