Zorg voor leerlingen

1. Visie

Als school staan we achter de opdrachtverklaring van het katholieke onderwijs, waarin zorg als volgt wordt omschreven: “Het geheel van initiatieven die door alle schoolbetrokkenen worden genomen om optimaal ontwikkelingskansen te creëren voor alle leerlingen.” Specifiek naar leerlingen toe lezen we in het opvoedingsproject van het OLV:
“Onze school legt de nadruk op een pedagogische benadering van de jongere. Zij streeft de totale vorming
van de persoon na. De ontplooiing van hoofd, hart en handen staat daarin centraal.
Het opvoedend onderwijs is gericht op de begeleiding van alle jongeren bij het ontdekken van waarden en
het verwerven van attitudes. Onze school stelt zich actief open voor al wie in onze maatschappij, op welke
manier ook, kansarm is.”
Onder zorg verstaan we:

  • Zorg hebben voor. Dit veronderstelt aandacht en betrokkenheid.
  • Zorg dragen voor. Het geven van een passend antwoord op concrete situaties ofwel verantwoordelijkheid.
  • Het verzorgen zelf vanuit onze deskundigheid (in casu als leraar en opvoeder). Dit impliceert de bereidheid om aan die competenties te werken.
  • Zorg ontvangen. Zich verplaatsen in de positie van de ander keert terug naar de zorgverstrekker en is bijgevolg een relationeel gebeuren. Er is wederkerigheid.

We vinden het belangrijk dat iedere leerling zich goed voelt op school. Alle personeelsleden dragen samen
een zorgcultuur uit en zijn medeverantwoordelijk voor het algemeen welbevinden van hun leerlingen. Zorg
voor leerlingen betreft zorg voor elke leerling, met aandacht voor ieders eigenheid. Zij heeft als doel dat elke
jongere optimaal kan leren en zijn mogelijkheden en talenten kan ontwikkelen.
Als katholieke school willen we ons bovendien actief open stellen voor al wie in onze maatschappij, op welke
manier ook kansarm is. Binnen ons zorgbeleid zal er specifieke aandacht zijn voor leerlingen die kwetsbaar
zijn of het moeilijker hebben en minder kansen krijgen.
Achtereenvolgens gaan we in op:

  • zorg onze school
  • zorgverstrekkers
  • ondersteunende zorgstructuren.

2. Zorg op onze school

In het OLV zijn tal van initiatieven uitgebouwd om een schoolcultuur te creëren waarbij optimale leer- en
ontwikkelingskansen geboden worden aan de leerlingen.
Een goede zorg is maar mogelijk door een positieve benadering van de leerlingen. Dit betekent dat al te
negatieve beeldvorming rond leerlingen gecounterd wordt door objectieve appreciatie en positief waarderen
van het goede en dit door alle zorgverstrekkers. De inschrijving is al een belangrijk moment om de
betrokkenheid van ouders te vragen. Er wordt informatie verzameld over de loopbaan, de gezinssituatie en
de eventuele leerstoornissen en/of medische problemen van de leerling. Dit gebeurt aan de hand van een
intake-formulier. De relevante informatie is voor alle leraren van de klas beschikbaar.
Goede communicatie is een tweede voorwaarde om constructieve samenwerking te bevorderen en zo
begeleiding te optimaliseren. Onze school organiseert dan ook geregeld oudercontacten. Indien ouders
problemen vaststellen, moeten zij echter niet wachten op een oudercontact maar kunnen zij bij
leerlingenbegeleider en/of directie aankloppen.
Zorg op onze school heeft betrekking op de volgende domeinen:

  • leren en studeren
  • de onderwijsloopbaan
  • psychisch, sociaal en fysiek welbevinden.

2.1. Leren en studeren

Leren leren is een continue zorg voor alle leraren van alle jaren. In de 1ste graad besteden we hier
bijzondere aandacht aan, meer bepaald in de lessen sociale activiteit (SA) van het 1ste jaar moderne en 2
de jaar A-stroom (voor 1 Latijn worden specifieke lessen ingepland in het gewone lessenrooster;
voor de B-stroom en BVL is dit een constante, prioritaire zorg in alle lessen).
Vakleraren zijn in alle graden het eerste aanspreekpunt voor leerlingen die de leerstof niet begrijpen of
leerstof gemist hebben door afwezigheid. Als leraren opmerken dat leerlingen bepaalde leerinhouden
onvoldoende beheersen is het hun taak om deze leerlingen te remediëren en leergericht te
ondersteunen. Mogelijke hulpmiddelen zijn: vakrapporten, extra oefeningen, extra lessen, nazicht
nota’s, correct aanvullen agenda, …
Eenmaal per week tijdens de middagpauze kunnen leerlingen van de 1ste graad voor de meeste vakken
uitleg vragen aan “zorgvuldig” geselecteerde zesdejaars. Dit laagdrempelig initiatief leert ook deze
laatsten te participeren aan de zorgcultuur op school.
Wanneer leerlingen er niet in slagen om gestructureerd te studeren (bv. er niet in slagen om een
degelijke planning te maken) of kampen met faalangst of stress, … kan op vraag van de klassenraad de
leerlingenbegeleider ingeschakeld worden. Individuele vragen voor die begeleiding vanwege ouders,
leerlingen… worden uiteraard ook in overweging genomen.
Wanneer uit de behaalde studieresultaten tijdens het schooljaar blijkt dat leerlingen achterstand
oplopen voor één of meerdere vakken worden onder bepaalde voorwaarden een volgkaart of een
studiecontract als gerichte remediëring gegeven.Basistekst zorg OLV 25/08/2013
Bij langdurige afwezigheid van een leerling wordt extra ondersteuning gegeven, eventueel in de vorm
van thuisonderwijs.
Leerlingen met geattesteerde leerstoornissen ( zoals dyslexie, ADHD, ASS, dyscalculie, dysfasie, …)
krijgen extra ondersteuning onder de vorm van geïndividualiseerde sticordi-maatregelen. Deze worden
in overleg met de ouders en de leerling individueel bepaald en tijdens een begeleidende klassenraad
besproken. Op het einde van elk schooljaar worden de toegewezen sticordi-maatregelen op maat van
de leerling bijgestuurd. Op die manier kunnen de leraren al van bij de aanvang van het schooljaar
leerlinggericht werken.
Leerlingen met specifieke behoeftes kunnen ook ondersteund worden door GON-begeleiding. De school
zorgt voor de accommodatie en overlegt geregeld met de GON-begeleiders en ouders om deze
ondersteuning zo vlot en zo correct mogelijk te laten verlopen.
2.2. De onderwijsloopbaan
Bij de overgang naar 2de graad, 3
de graad en naar het hoger onderwijs stimuleren we de leerlingen om
grondig na te denken over een juiste studieloopbaan, aangepast aan hun eigen talenten en
mogelijkheden. Er wordt bewust tijd en ruimte gemaakt in verschillende lessen om dit proces uit te
bouwen. Bij de studiekeuzebegeleiding worden ouders nauw betrokken: brochures, infovergaderingen,
oudercontacten.
Indien we merken dat op een bepaald ogenblik de gekozen richting niet of niet meer aansluit bij de
leerling, zal opnieuw gezocht worden naar een gepaste studierichting waarbinnen de leerling zich verder
kan ontplooien. Dit gebeurt via de klassenraad in overleg met leerling, ouders, leerlingenbegeleiding,
CLB en directie.
Wanneer bij de overgang naar een nieuwe studierichting ook studie-ondersteuning nodig is, zullen de
leraren en de leerlingenbegeleider de nodige stappen ondernemen.
Voor leerlingen die geen aansluiting meer vinden binnen het gewoon secundair onderwijs, wordt
gezocht naar een andere opleidingsvorm.
2.3. Psychisch, sociaal en fysiek welbevinden
Leraren en zeker de klastitularis dragen zorg voor het welbevinden van elke leerling in zijn of haar klas.
Directie, leerlingenbegeleiding, CLB en opvoedend personeel spelen hierbij een belangrijke
ondersteunende rol. De school neemt dan ook verschillende initiatieven om dit doel te bereiken, zoals
daar zijn: onthaaldag voor de leerlingen van het 1ste jaar, leerlingenraad, middagactiviteiten,
bezinningsdagen, galabal voor de leerlingen van de 3de graad, meerdaagse uitstappen, …
In de lessen sociale activiteit (SA) van het 1ste jaar moderne en 2de jaar A-stroom is het bevorderen van
een goede klassfeer één van de doelstellingen.
Indien leerlingen aangeven of leraren aanvoelen dat er binnen een klas problemen zijn, dan zal in
overleg met de titularis en/of leerlingbegeleider en/of directie naar een oplossing gezocht worden.
Indien blijkt dat een probleem schooloverstijgend is, worden ook externe partners (time-out,
schoolvervangende projecten en externe hulpverleningsdiensten) geraadpleegd. Basistekst zorg OLV 25/08/2013
3. Zorgverstrekkers.
3.1. Leraren
Leraren staan het dichtst bij de leerlingen, waardoor zij een hoofdrol spelen in de begeleiding (eerste
lijnsrol). Door hun dynamische onderwijsstijl en hun aandacht voor de diverse leerstijlen willen zij de
klassfeer en de participatie van elke leerling stimuleren.
De leraar heeft ook een niet onbelangrijke taak om vroegtijdig problemen te signaleren bij klastitularis,
leerlingenbegeleider of directie, juist omwille van zijn centrale rol in het leer- en opvoedingsproces.
3.2. Opvoedend personeel
Door hun toezicht en via contacten met ouders is het opvoedkundig personeel goed geplaatst om
dingen te kunnen signaleren die in de klas niet zichtbaar zijn. Deze informatie kan betekenisvol zijn voor
de begeleiding van een leerling en moet dan ook doorgegeven worden aan klastitularis,
leerlingenbegeleider of directie.
3.3. Klastitularis
Hij is een belangrijk aanspreekpunt voor zowel de leerlingen en ouders, als andere leraren en directie.
Behalve de organisatie van zijn klas is de klastitularis vooral een persoonlijke coach voor al zijn
leerlingen, zowel individueel als collectief.
3.4. Klassenraad
In teamverband wordt hier tijdens het jaar gezocht naar de meest adequate begeleiding van leerlingen.
Op de begeleidende klassenraad is er oog voor de totale persoon van elke leerling (cognitieve
ontwikkeling, vaardigheden, houdingen, sociale integratie).
3.5. Directie.
De directie is eindverantwoordelijke voor alles wat op school rond leerlingenbegeleiding gebeurt. Zij is
dan ook actief betrokken bij de vormgeving van het beleid rond leerlingenbegeleiding. Daarnaast pleegt
zij regelmatig overleg met de leerlingenbegeleider en is zij aanwezig op de klassenraden.
3.6. Werkgroepen
Projecten rond verslaving, drugs, gezondheid… hebben een preventief oogmerk en horen daarom zeker
thuis in de leerlingenbegeleiding.
4. Ondersteunende zorgstructuren.
4.1. Leerlingenbegeleider
De leerlingenbegeleider heeft twee belangrijke taken:
 het coachen en ondersteunen van leraren en opvoeders
Om deze taak te kunnen uitvoeren is zijn aanspreekbaarheid in het algemeen en zijn aanwezigheid
op klassenraden zeer belangrijk.
 het begeleiden van leerlingen
Als leerlingen vragen of problemen hebben, van welke aard ook, kunnen ze steeds bij de
leerlingenbegeleider terecht. De begeleiding kan gaan van het verschaffen van informatie tot het
doorverwijzen naar het CLB. Om leerlingen op een degelijk manier te helpen is contact en overleg
met de ouders zeer belangrijk. Basistekst zorg OLV 25/08/2013
4.2. Cel leerlingenbegeleiding
Geregeld vergadert de cel leerlingenbegeleiding (directie, leerlingenbegeleider, CLB).
De taken van de cel zijn:
 het ontwikkelen, begeleiden, coördineren, bewaken en sturen van de begeleidingsinitiatieven
De cel denkt na over de doelstellingen die in het beleid rond leerlingenbegeleiding op school moeten
opgenomen worden.
 leraren en opvoeders ondersteunen
Leraren en opvoeders kunnen met vragen en twijfels rond de begeleiding bij leden van de cel
terecht. De cel tracht de draagkracht van de leraar en de opvoeder te verhogen door het aanbieden
van een luisterend oor en specifieke ondersteuning.
 elkaar te ondersteunen
 het aanpakken van specifieke leerlingenproblemen
De cel biedt een overlegforum waar vanuit verschillende invalshoeken een aanpak voor specifieke
leerlingenproblemen bedacht kan worden.
5. Omgaan met gevoelige informatie.
We vinden het belangrijk dat alle personeelsleden discreet omgaan met informatie van alle leerlingen
betreffende gezinssituatie, schoolloopbaan, medische en/of leerproblemen. Verkregen informatie kan nooit
tegen de leerling gebruikt worden. Het is zeer belangrijk dat problemen tijdig gemeld worden aan directie
en/of leerlingenbegeleider, zeker als leraren deze informatie van ouders verwerven. Met ouders kan enkel
gesproken worden over de situatie van hun zoon of dochter en niet over andere leerlingen.